- ‹ vorige
- 5637 of 6212
- volgende ›
Het is harder gaan regenen en niemand zoekt dan de buitenlucht op. Ik ben alleen. Een uitweg lijkt er niet te zijn. Waarom overkomt dit mij? Ik wil herkenning, iemand, iets.
Ik moet nog een boodschap doen. Niet iets heel erg belangrijks, maar ik heb nu even tijd. Dus doe ik het maar even. Zonder een pen in huis kan ik geen kant op als ik nog moet schrijven. Want schrijven doe ik. Meters papier vullen zich, zonder enige moeite. Zolang ik maar inkt heb.
Ik trek mijn jas aan. Zomerjassentijd is voorbij, de wind is guur en snijdt in mijn gezicht. De deur uit, de deur op slot, sleutel in mijn zak. Uit de schuur pak ik mijn fiets, mijn trouwe makker. Onhandig open ik de poort en loop de tuin uit. Mijn makker in de hand. Met frisse energie fiets ik de straat uit.
Even een paar pennen kopen, dan kan ik voorlopig vooruit. Het zou leuk zijn als ze er ook nog eens leuk uit zouden zien. Zo ben ik dan wel weer: ze moeten lekker schrijven, maar het oog wil ook wat! Net als met mannen.
Geld. Shit. Ik voel in mijn zakken. Nee toch. Portemonnee vergeten. Ik weet precies waar hij ligt: op de leuning van de stoel waar ik net nog een boek zat te lezen. Oeroeg, van Hella Haasse. Ik moest er toch een keer aan geloven. Nu ze er niet meer is, is de herinnering aan de verplichte literatuurlijst op de middelbare school flink afgezwakt. Ik kan het eens proberen. Mooie schrijfstijl. Al die details. Je voorstellingsvermogen wordt erdoor geprikkeld.
Ik keer om, want zonder euro’s kom ik niet verder. Gelukkig was ik pas twee straten verwijderd van huis.
Ik nader de straat waar de poort aan grenst, de volgende rechts.
Maar, zo gauw ik de straat in ben geslagen lijkt alles veranderd. Geen huis lijkt meer op wat het een minuut geleden nog was, de straat maakt ineens een bocht naar links, daar waar eerst die oude eik stond. Ik begrijp er niets van, maar besluit toch maar mijn weg te vervolgen. Daarachter moet mijn thuis toch sowieso zijn?
Ik fiets met de bocht mee naar links. Tot mijn verbazing gaat deze weg tot zover mijn oog reikt rechtdoor. Geen zijstraat te bekennen. Het is ook nog eens muisstil. Geen mens op straat. Al fietsend ontdek ik een wijk die ik niet ken. Ergens lijkt het, qua stijl, nog wel op wat ik gewend ben. Al zoekend naar een zijstraat begint het te regenen. Ook dat nog. Dat had de buienradar niet voorzien.
Eindelijk een straat naar rechts: nemen!
Ik raak alleen maar verder weg. Weer een eindeloze weg ligt voor me. Geen bocht. Geen gangetje ergens tussendoor. Geen herkenning. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ik ben de weg kwijt. Ik moet terug. Ik keer me om en deze keer komt de weg uit op weer een straat die ik nog nooit gezien heb. Een straat waar ik niet vandaan ben gekomen. Mijn hart bonst in mijn keel. Wat gebeurt er? Waar ben ik in beland? Ik kan hier geen logica meer in vinden. Hoe kom ik terug als alles wat ik achter me laat verandert?
Ik kan niet terug. De keuzes die ik maak kan ik niet omdraaien. Dat snap ik ook wel, maar dit is wel erg drastisch! Ik moet toch een thuisbasis hebben, een plek waar ik naar terug kan keren? Thuis kan toch niet verdwenen zijn? Ik zou willen roepen, schreeuwen. Maar niemand zal me horen. Het is harder gaan regenen en niemand zoekt dan de buitenlucht op. Ik ben alleen. Een uitweg lijkt er niet te zijn. Waarom overkomt dit mij? Ik wil herkenning, iemand, iets. Regendruppels worden als zwarte inkt en vallen op mijn kleren. Ik begin te huilen. Dikke, donkere tranen biggelen als druppels inkt over mijn wangen. Ik wil dit niet meer. Dus ik draai me om. Doe mijn ogen open. Wakker.
Reacties
30 oktober, 2011 - 19:22
kom volgende keer maar pen bij me 'lenen'.... veel sneller en beter voor je nachtrust ook!
groetjes Buuf
Nieuwe reactie inzenden