- ‹ vorige
- 4637 of 6212
- volgende ›
Ik doe een stap richting de vuilniszak en mijn moeder houdt me verschrikt tegen. 'Je gaat je tanden toch niet weggooien?' Ik doe nog een stap richting de vuilniszak; 'mam, het is rommel. Wat wil je nu nog doen met mijn tanden?' Ze grist het doosje uit mijn handen. 'Je mag alles weggooien, maar je tanden bewaar ik!'

Het is alweer een jaar geleden dat mijn moeder is verhuisd. Weg uit het huis waar ik ben opgegroeid en zij haast dertig jaar heeft gewoond. Woonden we er aanvankelijk met zijn vijven en een roedel huisdieren, nu zijn alleen mama en haar oude hond nog over.
Het was een normaal rijtjeshuis, niets bijzonders. Behalve dan dat het volgeladen lag met dertig jaar herinneringen. Ik heb me dan ook verbaasd over de enorme lading dozen, die we naar buiten bleven dragen. Het was dan ook vrij snel duidelijk dat alles uit het oude huis, niet in het nieuwe en kleinere huis zou passen.
Niet dat dat zo'n probleem was, want het oude huis was voor een gezin en het nieuwe huis voor mijn moeder alleen. We hebben tijdens het verhuizen dan ook al heel erg veel dingen weggegooid. Nu een jaar later, staat de zolder in het nieuwe huis nog eng vol met dozen en dingen en is de boekenkast in de woonkamer eng leeg. Het spreekt voor zich dat ik als goede dochter een middag kwam helpen opruimen.
Na op zolder samen een kast in elkaar te hebben gezet, werd ik naar beneden gestuurd met een aantal dozen. Alles wat er in die dozen zat moest in de halflege boekenkast en als er rotzooi tussen zat, mocht ik het gewoon weggooien. Verbijsterd keek ik naar mijn moeder en vroeg haar of ze wel volledig besefte wat ze zei. Ze knikte. Ik pakte een gipsen engeltje op en bungelde het heen en weer boven de vuilniszak. 'Die heb ik van L. gehad, het was een cadeau. Anders zet ik het wel boven'. Streng kijk ik haar aan. 'Rotzooi mam, het is allemaal rotzooi.' Ze zucht, maar kijkt toch vastberaden. 'Gooi maar weg, je hebt gelijk, het ís rotzooi'.
Het Grote Weggooien begint. Kittige waxinelichthouders met kraaltjes, poezenstandbeeldjes uit 1990, een bruin gelakte bonk klei (dinosaurus, 1986, Judith V.), een geel geverfd kartonnetje met wasknijpers (zon, 1991, Sanne V.), kaartjes van vrienden en familie uit de hele wereld, mooi gevormde parfumflesjes, oorbellen met houten felgekleurde papegaaien er aan, het boekje van de musical van basisschool De Flierefluiter (gedrukt op roodgekleurd papier, 1989, met Jasper V. in de rol van struikrover) ik gooi alles weg.
De zolder wordt steeds leger, de vuilniszakken voller en de boekenkast wordt gevuld met spullen die er thuis horen; boeken, CD's, DVD's en mooie foto's. Ik stuit op een klein wit doosje. Ik rammel ermee. Er gaat een lampje branden en ik rammel nogmaals. Ik brul opgetogen naar mijn moeder en maak het doosje open. Mijn vermoeden was juist, het doosje is gevuld met mijn melktanden. De meeste zijn gewoon uit mijn mond gevallen of gefriemeld, twee kiezen en een hoektand zijn er met veel geweld door mijn tandarts uitgetrokken, een gebeurtenis waar ik nu nog steeds nachtmerries over heb. Vertederd kijken we naar de kleine tandjes.
Ik doe een stap richting de vuilniszak en mijn moeder houdt me verschrikt tegen. 'Je gaat je tanden toch niet weggooien?' Ik doe nog een stap richting de vuilniszak; 'mam, het is rommel. Wat wil je nu nog doen met mijn tanden?' Ze grist het doosje uit mijn handen. 'Je mag alles weggooien, maar je tanden bewaar ik!' Ik keek haar aan alsof ze gek was en ging stug door met opruimen.
Nu een paar dagen later, denk ik dat ik het begrijp. Oorbellen uit 1993 en kunstwerken van klei zijn een aardige herinnering aan de tijd dat je kinderen nog niet volwassen waren. Tanden zijn meer dan een aardige herinnering. Het is het ultieme bewijs dat die volwassen vrouw, met haar eigen woning, leven en grote-mensen-tanden ooit een klein meisje was. Dat huilend op schoot zat omdat de tandarts haar zoveel pijn heeft gedaan, de buurjongen iets stoms zei, Barbie uit het raam is gevallen (echt waar, zomaar!) en de meisjes op school stomme dingen zeiden. Dat lachend aan je rokken hing omdat haar vriendin een heel leuk grapje had uitgehaald, ze iets moois had gezien of gelezen of simpelweg in een onverklaarbaar vrolijke bui was.
Natuurlijk zit dat kleine meisje niet in die tanden. Maar die tanden zaten wel ooit in dat kleine meisje. Dus als een moeder die tandjes wil bewaren, mag niemand haar een strobreed in de weg leggen.
<script type="text/javascript" src="http://tweetmeme.com/i/scripts/button.js"></script> <script src="http://static.ak.fbcdn.net/connect.php/js/FB.Share" type="text/javascript"></script>
Reacties
25 oktober, 2010 - 16:11
Mooi en vertederend O+.
25 oktober, 2010 - 17:02
Meisje zit niet in de tanden, maar de tanden wel in het meisje. Geniaal gevonden, zo is het precies!
25 oktober, 2010 - 17:33
Wat Krukas zegt. Precies.
Nieuwe reactie inzenden