- ‹ vorige
- 4470 of 5936
- volgende ›
Jij doet net alsof je slaapt en ik doe net alsof ik niet stiekem naar je staar. Het is mijn nieuwe favoriete hobby, naar jou kijken. Ik doe het steeds, ik kan het niet laten. Simpelweg omdat ik niet kan geloven dat jij net zo graag bij mij bent, als ik bij jou.

Niet dat ik een onzeker schaapje ben, ik heb heus wel door dat ik een dikke 8 ben, op goede dagen zelfs een 8,5. Maar ik ging altijd uit met zessen en zevens, want die zijn zo lekker dankbaar. Jij bent een 9,5 en op goede dagen zelfs een 10. Officieel ben je te goed voor me. Officieus ook. Niet dat je perfect bent - geenszins- maar je bent wel precies wat ik zoek. Of nu ja, zoek, ik was niet eens op zoek. Au contraire. Na Hem wilde ik juist niemand meer. Jou al helemaal niet.
Met uiterste zorgvuldigheid had ik een muurtje rond mijn hart gebouwd. Met gewapend beton en asbest. Het is kankerverwekkend, maar isoleert wel als een malle, dat asbest. Dus als hij weer eens zinderend voorbij kwam lopen, bleef mijn hart lekker koel. Koel, koud, droog en verdord, maar dat voelde beter dan de allesverzengende bloedende liefde die ik meende te voelen en het idee dat mijn hart elk moment uiteen kon spatten door oververhitting.
Ik had heus nog wel eens seks hoor, met andere mannen. Ook al raakte mijn hart langzaamaan versteend, mijn lendenen hadden nog altijd zo hun onsmakelijke behoeftes. Niet dat de seks vies was, maar het samenzijn was zo goedkoop. Zo'n man fluisterde dan holle clichés in mijn oren, terwijl ik 'hoi, neuken?' eigenlijk al goed genoeg vond. Na het orgasme verdwenen ze ook nooit snel genoeg. Dat maakte het vies. Gingen ze opeens uit beleefdheid dingen zeggen, terwijl ik het ook best had gevonden als ze simpelweg van me af waren gerold, hun kleding hadden gepakt en zonder een woord te zeggen me achter hadden gelaten.
Stom.
Dat was het.
En toen kwam jij. Het enige wat je deed was je hand uitsteken, je naam zeggen en me aankijken. Met die ogen van je. Door het luide gekraak in mijn borstkas, hoorde ik niet eens wat je allemaal zei. Dus deed ik het meest verstandige en liep ik weg. Ik sloot me op in de wc en probeerde de barst in de muur rondom mijn hart te repareren. Toen ik terug kwam, stond je er nog. Je leek goedgeluimd. Dat was je ook. Weer pakte je mijn hand vast en je stelde voor een stukje te gaan lopen samen. Aldus geschiedde. We liepen door het park en je praatte honderduit terwijl ik zweeg en stiekem naar je keek. Aan het eind van de middag gaf je me een vette knipoog en je telefoonnummer.
De volgende dag belde ik je. En ik praatte. Jij luisterde. We hadden een conversatie. Niet over de Grote Dingen des Levens, maar over kleine alledaagse dingen. Over wat we leuk vonden en wat we stom vonden. Omdat we beiden een zwak bleken te hebben voor lege bioscoopzalen, nam je me op een dinsdagochtend mee naar de film. En op woensdagochtend weer. Op vrijdagavond kuste je me.
Dat is nu zo'n vijftig vrijdagen geleden. Ik heb geen muur meer om mijn hart en toch voel ik me veiliger dan ooit.
Reacties
27 augustus, 2010 - 15:55
Wauw,
Dit stukje heb ik met plezier gelezen. Met groot plezier, ik ben zelfs ontroerd.
Momentje, ik lees het nog een keer...
27 augustus, 2010 - 17:20
Hartverwarmend! O+
13 september, 2010 - 13:34
Ik vind dit zo'n lief stuk.
Nieuwe reactie inzenden