- ‹ vorige
- 4453 of 5936
- volgende ›
Onafscheidelijk. Mooie lingerie en ik. Lingerie van het beeldige merk Aubade. In ‘toutes les couleurs’. ‘Aubade’ klinkt al fijn, voordat je er ook maar iets van aan je lijf hebt. Niemand die het ziet, maar ik vind lingerie fijn. Nou ja, niemand. Soms ziet iemand het heus wel eens. Natuurlijk. Echt hoor! Echt!

Voor mijn mooie lingerie ga ik naar een mooie lingeriezaak. Met vrouwen met geplamuurde gezichten die lachend uren de tijd nemen voor mijn eeuwige getwijfel en gezeik. Fijn!
Zo ook vorige week. Want ik had een bepaald setje nog niet. Van de zomercollectie. Dus ik haastte me naar mijn gekleurde, kanten vriendjes. Rood. Deze keer ging ik voor rood. De mevrouw met het grote, gekke kapsel zocht de bh en de bijpassende kanten hipster in mijn maten en ik verstopte mij in het pashokje met zware roomwitte gordijnen en glimmende ondergordijnen. Of hoe die dingen ook heten. Ik moest in ieder geval twee gordijnachtigen dichtdoen. Ze voelden lekker zacht. Én er was zonsondergang-licht in mijn hokje.
Alles paste. En alles stond mooi. Bij ondergaande zon in ieder geval. Ik nam voor de gezelligheid nog wat ander lingerieplezier mee naar de kassa en maakte nog een praatje met de verkoopvrouw. Over dat ik graag setjes draag, omdat dat zo mooi staat en, omdat ik, stel dat ik een ongeluk krijg en in het ziekenhuis beland, er wel een beetje appetijtelijk bij wil liggen. Voor de artsen. Stel je voor, op de operatietafel in een roze kanten hipstertje en een blauwe bh!
Een man, waarvan de vrouw zich op dat moment achter de dikke gordijnen bevond, draaide zich om en zei: ‘Ik moet je even iets vertellen.’ Ik dacht dat hij zou zeggen dat hij, vanaf het moment dat hij mij zag, zeker wist dat ik de ware voor hem was. Want hij droomde van een vrouw in het setje wat ik in mijn handen had. Zijn vrouw houdt van degelijk, iets wat zo lekker zit. Ieuw! Daar houdt hij duidelijk ook helemáál niet van.
‘Ik ben chirurg’, vervolgde hij zijn toen nog veelbelovende startzin. ‘Als jij een ongeluk krijgt en op de operatietafel ligt, dan is het eerste wat wij doen, alle kleding kapot knippen. Dus ook dat’ zei hij, wijzend naar mijn setje. Het setje waar hij in mijn verhaal nog van droomde om het aan mijn lijf te mogen bewonderen. ‘Echt?’ riep ik net iets te hysterisch? ‘Echt!’ verzekerde de verkoopvrouw mij, die dit verhaal al vaker had gehoord. Dat vertelde ze.
Ik draag dus dagelijks mooie, dure lingeriesetjes. Geen dag ben ik ‘niet passend’. Maar als ik een ongeluk krijg, genieten de chirurgen daar dus niet eens van. Ze kijken er niet eens naar. Ze verknippen het direct. Bruut! Want zo zijn ze!
Maar om nou katoenen, degelijke ongein te gaan dragen voor het geval dat...
Dát gaat mij toch echt net iets te ver.
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Wil je meer van me lezen, klik dan hier.
Reacties
20 augustus, 2010 - 16:24
Haha, geweldige gedachtengang! Al zou ik het wel eeuwig zonde vinden als mijn favo setje kapot geknipt zou worden. Ook al was het noodzakelijk om mijn leven te redden.
21 augustus, 2010 - 14:20
Hihi, leuke column! Wat moeten we nu? Mooie setjes alleen dragen als je niet naar buiten gaat? Maar binnenshuis gebeuren statistisch gezien de meeste ongelukken..
22 augustus, 2010 - 09:52
Het klopt wel wat die man zei, ik heb het wel eens gedaan ook :)
En ik moet zeggen dat iemand die net een ongeluk heeft gehad, met of zonder lingerie, sowieso niet appetijtelijk is :)
Nieuwe reactie inzenden