- ‹ vorige
- 4312 of 5935
- volgende ›
De bakstenen voelen heet en ruw terwijl ik er met mijn vingertop langs strijk. Het voelt naar, maar ik kan het niet laten. Mijn moeder heeft me de tuin uitgestuurd, want ik verveelde me en dat verveelde haar. “Ga maar buiten spelen”, zei ze, “Wat vriendinnetjes opzoeken.”

Ik slenter naar de poort, daar kan ik me tenminste in de schaduw vervelen. Iets verderop hoor ik twee buurmeisjes in een tuin. Ze zitten in een zwembadje en fluisteren. Ik sluip dichterbij, want ik houd van spionnetje spelen. Vooral bij het buurmeisje van wie de tuin is, bij haar valt altijd iets af te luisteren. Vandaag ook.
Ze vertelt aan het andere buurmeisje over het seksboek dat ze heeft gevonden, op haar moeders kamer. Ze weet al heel veel over seks, dat buurmeisje. Ze vertelt ons er graag over, maar ik snap er eerlijk gezegd niks van. En het klinkt allemaal nogal vies, dus ik wil het niet horen. Ik blijf even achter een bosje staan, haal diep adem en trek een sprintje. Ik schiet langs de tuinopening. “Hé, Nathalie”, hoor ik haar nog roepen, maar ik ben al ver genoeg gerend om te doen alsof dat niet zo is. Ik verveel me en dat gaat het beste als je alleen bent.
Aan het eind van de poort is een schutting van heel gevaarlijk hout. Je krijgt er handen vol splinters van als je erop probeert te klimmen. Ik weet dat het pijn gaat doen. Dat mijn moeder vanavond weer minstens tien splinters uit mijn vingers moet halen. Maar ik kan het niet laten. Ik druk mijn hand op een plank en begin weer te rennen, met mijn hand langs de schutting. Het valt mee. Maar twee splinters, op de kussentjes onder mijn vingers. Eigenlijk drukte ik ook niet echt. Splinters doen meer pijn als het zo warm is. En als je je verveelt ook.
Op de twee buurmeisjes na is er niemand buiten. Ook de speeltuin is uitgestorven. Het zand in de zandbak is veel te heet om in te graven, vooral het zachtzand. Ik kan wel hardzand maken, maar dan moet ik met emmers water heen en weer lopen. En daar is het veel te warm voor. En dan moet ik weer langs de buurmeisjes. De stoeltjes van wipkippen zijn loeiheet, dus daar kan ik ook al niet op. Ik draai heel hard een paar rondjes, lekker duizelig worden. Misschien moet ik ook gewoon gaan lezen in de schaduw, net als mijn moeder. Zij leest een Konsalik. Ik weet niet wat voor boeken dat zijn, maar zij leent ze heel vaak van de bieb, dus ze zijn vast wel leuk om te lezen.
Als ik weer in de poort ben, loop ik langs de tuin van de timmermanbuurman. Hij heeft een spannende tuin, vol met zaagspullen, houten planken en balken en meubels die niet af zijn. Ik ga daar vaak stiekem heen, om kruisbessen te jatten. Nu ook, iets anders kan ik toch niet bedenken. Zachtjes sluip ik de tuin in, trek wat bessen van de struik. Ze zijn lekker zoet. Mama zegt dat dat komt door de zon. Als ze op zijn, verveel ik me weer. Ik ren terug naar onze tuin. “Ben je er weer liefje”, vraagt mijn moeder. “Hmmhmm”, antwoord ik. Ik verveel me. Nog steeds.
Wil je meer van mij lezen? Klik dan hier!
Reacties
1 juli, 2010 - 15:57
A trip down memory lane, little sis! Ik heb nooit geweten dat jij kruisbessen jatte uit de tuin van de timmerbuurman! Had ook helemaal niet gehoeven, want die hadden we zelf ook in de tuin staan ;)
1 juli, 2010 - 16:00
entertaining
1 juli, 2010 - 16:45
Leuk. Alsof je het allemaal vandaag hebt meegemaakt.
Nieuwe reactie inzenden