- ‹ vorige
- 4236 of 6212
- volgende ›
Het is eigenlijk de dinsdagse taak van Sofie, maar hallo. Ik vraag me ook wel eens wat af. Dus hier een prangende vraag van ondergetekende. Waarom open ik altijd het doosje pijnstillers bij de bijsluiter? Met de nadruk op het woord ALTIJD.

Ik houd van een stevig potje ergeren. En het gedoe met doosjes en bijsluiters is de ergernis die ik het meeste liefheb. Ieder pakje dat ik open, wil per se zijn bijsluiter openbaren. Best aardig, maar ook onhandig. Ik wil gewoon een pijnstiller en weet allang dat hoofdpijn één van de bijwerkingen van paracetamol is en dat ik mijn holtes niet ieder kwartier vol moet sprayen, omdat ik dan juist een chronisch verstopte neus krijgt.
Ik raakte in de afgelopen maanden behoorlijk geobsedeerd door het bijsluiterfenomeen. Kon het niet laten om iedereen die ik tegenkwam naar hun mening te vragen over dit nijpende mysterie. Iedereen reageerde met een: “Ja inderdaad! Altijd! Zó irritant!” Ik bedoel maar. Ik verbeeld het me niet. Al moet ik toegeven dat mijn kleine ergernis langzaam wordt vervangen door kleine lol als het me weer gebeurt. Ik zie telkens al die anderen voor me die ook zuchtend het doosje omdraaien om het proces van openen nog eens te proberen.
Nu ik toch bezig ben, wil ik graag nog wat kleine doch geinige irritante onhandigheden met je delen.
Voorbeeld A. The story of my life. Leef je even in. Je hebt net je favoriete broek/rok/trui/whatever van de waslijn gehaald. ‘Ah, fijn, ik kan hem weer aan!’ Ja, dat denk je dan. Ik ook. Maar dat euforische gevoel van het dragen van het pasgewassen favoriete kledingstuk duurt nooit lang. Ik ben namelijk een knoeier. Bij voorkeur op favoriete pasgewassen kleren. Een welgemeend ARGH.
Een gouwe ouwe variant hierop: tot in de puntjes opgetut zijn voor een feest en je wil nog even je tanden poetsen. Goed idee, maar gevaarlijk, want tandpasta heeft de neiging om op kleren te vallen. Het liefst op die ene jurk die op de hand gewassen moet worden. Dubbel ARGH.
Voorbeeld B. Je hebt het druk en moet van alles doen, pakken, regelen. Je moet ook nog snel iets eten en trekt een keukenkastje open. Met je hand aldaar wroet je rond, op zoek naar het juiste broodbeleg. Dat doe je uiteraard te snel en wild, want je hebt haast. Juist dan én juist daardoor komt de hele inhoud uit de kast vallen. Kapot natuurlijk, op de pasgedweilde vloer. Driewerf ARGH.
De lijst kan eindeloos aangevuld worden met dit soort kleine onhandige drama’s. Nog een paar, omdat ik toch bezig was: altijd tegen een deur duwen, ook al staat er duidelijk in dikgedrukte letters TREKKEN op. Niet kunnen inhalen op fiets, omdat de fietsende slak voor je net iets te hard fietst voor een flitsende inhaalmanoeuvre. Boterhammen die altijd met belegkant op de grond vallen. Rode wijn morsen op een licht tapijt. En wat dacht je van iemand in hun oog prikken, terwijl je ze eigenlijk van een vuiltje of een haar wilde bevrijden? Dat deed ik vandaag. Argh. Ik ben zo onhandig.
Wil je mijn andere logs ook lezen? Klik dan hier.
Reacties
3 juni, 2010 - 18:13
Ik weet zeker dat ik deze column niet geschreven heb. Toch gaat het over mij. Raar. En grappig.
3 juni, 2010 - 20:09
Heel herkenbaar!
3 juni, 2010 - 21:57
hihihi!!
Ohhhh helaas idd heeeel herkenbaar! Vooral die tandpasta, grrr
Over die boterhammen heb ik ooit een keer iets gezien op Discovery Channel en na een Google momentje heb ik er iets over gevonden, tataaa!!:
Uit de Groninger Universiteitskrant (UK 37 | 23 juni 2005 | jaargang 34):
Een boterham valt altijd met de beboterde zijde op de grond. Of: als iets mis kan gaan, dan gaat het ook mis. De wet van Murphy, inderdaad. Boterhammen vallen van tafel en dan komen ze met de besmeerde kant op de grond. Dat komt doordat de boterham kantelt terwijl hij van de tafel schuift. In zijn val draait hij vervolgens precies een halve slag om zijn as en zie: plof, de boterham landt inderdaad met de besmeerde kant op de grond.
De Britse journalist en fysicus Robert Matthews bedacht een formule (European Journal of Physics, Vol 16,1995 172-176) waarin verschillende factoren die invloed hebben op de boterham verwerkt zijn: zwaartekrachtversnelling, gewicht, afmeting van de boterham, hoeksnelheid en natuurlijk de hoogte van de tafel. Met een paar simpele wiskundige bewerkingen is aan te tonen dat de tafel minstens drie meter hoog moet zijn voor de beboterde zijde boven landt.
De oplossing ligt nu wel heel erg voor de hand: eet uw boterham op een afstand van meer dan drie meter van de grond. Gebruik een gepatenteerde eettrapeze!
tja... om nou een 3 meter hoge tafel aan te gaan schaffen...
dat levert denk ik nog meer ergenissen op!
4 juni, 2010 - 11:52
Je kan natuurlijk ook je brood op de grond smeren, indien er bij je thuis van de grond gegeten kan worden:)
Verder beschrijf je precies waarom ik in mijn kledingkast zo weinig wit heb hangen. Ik heb eens na een hele tijd geen witte kleding gedragen te hebben een vriend moeten helpen de band van zijn auto te verwisselen, in een wit shirt. Ik moest de krik bedienen. Hierbij kwam mijn hagelwitte shirt ongemerkt in de krik terecht waardoor het met een diepzwarte laag smeerolie de vuilnisbak in kon verdwijnen. Is er dan toch een God?
5 juni, 2010 - 18:05
Als je nou gewoon je boterhammen dubbel vouwt. Of je doet er twee op elkaar. Veel praktischer.
Maar ervaring zorgt vaak voor verbetering. Ooit zul je oplossingen hebben voor al dit.
Nieuwe reactie inzenden