- ‹ vorige
- 4264 of 6212
- volgende ›
Ooit, tien jaar geleden, was ik iemand anders. Ik weet niet wie, ik hield me daar destijds niet mee bezig. Jij kende me wel. Vond jij. Ik kende jou niet. Het enige wat ik weet is dat jij het mooiste bent wat ik ooit heb gezien, verder dan dat keek ik ook niet.

Het kon me niet zoveel schelen of je een persoonlijkheid hebt - en zo ja - hoe deze er uit zag. Ik weet niet waar je hart sneller van gaat kloppen, over welke onderwerpen je liever niet praat omdat ze te pijnlijk zijn en wanneer je kaak verstrakt door opkomende woede.
We hebben nooit seks gehad. Ik kon het niet. Je was te mooi, niet van deze wereld. Niet iemand waarmee ik zoiets aards en banaals kon doen als neuken. Juist daarom wilde je van me af.
Op lafhartige wijze.
Je nam simpelweg niet meer op als ik belde, dus belde ik niet meer.
Niet dat je me iets verschuldigd was, want zoveel stelde het niet voor. Af en toe spraken we af en probeerde jij me uit te kleden, helaas voor jou bleef het altijd bij zoenen en oncomfortabel gefriemel.
Als we elkaar tegenkwamen, in de stad, de coffeeshop of kroeg, was het amicaal oppervlakkig (ik kan me zelfs nog een keer herinneren in onze stamkroeg. Ik liep blij op je af en jij schudde je hoofd en wees naar het meisje naast je. "Mijn vriendin" articuleerde je heel duidelijk zonder geluid. Ik liep door). Gewoon, kennissen die af en toe zoenden en oncomfortabel friemelden.
Dat is exact wat me dwars zit. Jij zag me als iemand waar je soms mee kon zoenen en friemelen. Niets bijzonders. Ik zag jou als het mooiste wat ik ooit heb gezien en aangeraakt.
Nog steeds.
Het gebeurt niet vaak meer, maar na tien jaar ben je nog niet compleet uit mijn gedachten verdwenen. Ik weet niet meer precies hoe je er uit ziet. Het enige wat ik me herinner zijn je lange meisjesachtige wimpers, je groene ogen, je volle lippen en je handen. Je friemelgrage handen. Een geheel wil het echter niet worden. Wil jij niet worden.
Andere mensen hebben jou ook gezien. Hebben ons samen gezien. Daarom weet ik dat jij echt bent, een echt mens en geen hersenspinsel.
Ik vraag me af of je soms nog wel eens aan mij denkt. Ik vrees van niet. Voor jou was ik niet zo bijzonder. Behalve die ene keer per jaar, als ik alleen op de bank zit en mijn ogen sluit. Ik zie jou, de flarden van je schoonheid. Ik voel je adem in mijn nek, je wimpers vlinderen over mijn wang en je vingers strelen door mijn haar. Met je geluidloze stem vertel je me alles wat ik wil horen en meer. Mijn hartslag versnelt, mijn ademhaling wordt oppervlakkiger en mijn neusvleugels trillen als ik jouw lichaamsgeur inhaleer.
Het lijkt perfect, maar er mist iets. In mijn buik gaapt een grote leegte. Nogal wiedes. Ze nemen immers helemaal geen ruimte in.
De fantoomvlinders.
Reacties
15 juni, 2010 - 11:57
Ik herken dit wel. Maar al van heeeeeel lang geleden. Mijn eerste verliefdheid was zó intens dat ik daar soms nog sporen van terug vind. Nooit tot friemelen gekomen, altijd van een afstandje. Ze wist niet eens dat ik haar leuk vond. Fantoomvlinders.
15 juni, 2010 - 15:52
Ik ben er bijna zeker van dat als je wél verder had gekeken hij jou ook had gezien... maar zo gaan die dingen. Het leven is één groot festival van gemiste kansen.
Nieuwe reactie inzenden