- ‹ vorige
- 4201 of 6212
- volgende ›
Misschien kun je je deze man nog herinneren. De man die ik dagelijks, uit medelijden ben gaan groeten. En die mij daarna bruut aan de kant heeft gezet voor een ordinair klein rokend collegaatje. Ze is waarschijnlijk ontslagen, want hij probeert het nu gewoon wéér. De lul.

Hij groette mij dus niet meer, omdat dat waarschijnlijk niet stoer was tegenover dat ordinaire mokkel. Prima. Maar verwacht dan niet dat ik nu weer leuk ga doen, nu zij weg is en hij zich wederom onterecht, macho staat te gedragen. Uit is uit zeg ik altijd maar. En dan raakt het ook nóóit meer aan.
Het is lekker weer, dus hij heeft het rokershok geruild tegen de verse buitenlucht. Hij draagt nog steeds dezelfde soort kleding, heeft hetzelfde suffe haar en hij staat weer te roken. Om iets voor negen. Er is niets veranderd. Alhoewel, hij staat deze keer zó dichtbij de straat, dat ik in zijn oorlel een midlife crisis oorbel constateerde.
Goed. Hij probeert het nu dus weer. Groeten. Met zijn borst vooruit. Jammer met die buik daaronder. En dat lullige vale t-shirtje. Ja, u merkt, het was echt goed uit met mijn ochtendgroet meneer. Hij denkt nu dat we weer op dezelfde basis verder kunnen als waar we gebleven waren, voordat hij in de ban raakte van dat ding waar hij mee stond te roken. Nou dat kan natuurlijk niet. Maar dát is nog moeilijk!
Ontwijk maar eens iemand. Ik doe het nu al vier ochtenden. De eerste ochtend zat er toevallig net iets in mijn beide ogen dat ik er met mijn volle hand uit moest halen. Zo, daar kwam ik mooi onderuit. Ik zag niks. De tweede dag deed hij een extra stapje naar voren en keek hoopvol mijn kant op. Ik keek bijzonder geconcentreerd naar de auto, schuin achter een hek verderop, want daar stapte iemand uit. Echt een situatie waar je goed naar om moet kijken. Gelukt! De derde ochtend werd het lastiger. Er was geen afleiding om me heen, de man stond met zijn hand met sigaret slap naast zijn lichaam en ik zag hem weer mijn kant opdraaien. Ik deed wat ik in zo’n situatie het beste kan doen; ik dacht hem weg. En ik ben behoorlijk goed in de kunst van het wegdenken. Dus vrolijk keek ik om me heen en en fietste gezellig door. Er stond niemand. Lekker rustig. In mijn ooghoek kreeg ik echter wel een wat verwarde blik mee. Van de weggedachte man. Ik vond dat ik het prima deed. Tot gisteren.
Gisteren moet hij gedacht hebben: ‘ja, dit doen we niet meer wijffie’. Het is een type dat wijffie zegt. Op z’n plat Rotterdams. Want toen ik gisteren in plaats van op mijn omafiets op mijn mountainbike langsreed, lekker veilig omlaag kijkend, voordeel van de mountainbike, tolereerde hij mijn gedrag duidelijk niet meer. Hij deed een stap naar voren. Twee zelfs. En gooide zijn hand in de lucht, begon te zwaaien alsof we elkaar maanden niet hadden gezien, de oorlogsheld, en riep behoorlijk luidruchtig: ‘Goedemorgen!’ Er kwam nog net geen ‘wijffie’ achteraan. Wegdenken lukte niet meer, afleiding was ver te zoeken en ik zat met mijn neus bijna in zijn nieuwe oorbel. En voordat ik ook maar even helder kon nadenken hoorde ik het mezelf zeggen. ‘Hoi’. En ik had nog zó gezegd dat ik het niet zou doen.
Nu zit ik er weer aan vast. Ik kan hem nu niet weer níet gaan groeten. Hij heeft het dus voor elkaar. Maar als hij me over een tijdje wéér bruut aan de kant zet voor een vrouwelijke collega, ga ik er mooi wat van zeggen. De zak.
Met z’n stomme oorbel!
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wil je meer van me lezen, klik dan hier.
Reacties
21 mei, 2010 - 16:13
Wat een hufter. Alsof hij maar mooi beslist wanneer er wel en niet gegroet mag worden!
23 mei, 2010 - 00:57
Ik kan de achterliggende pijn en frustratie echt voelen..
Leuke column!
24 mei, 2010 - 18:14
Gewoon blijven negeren!! En anders een onsje waarheid geven.
Nieuwe reactie inzenden