- ‹ vorige
- 4160 of 6212
- volgende ›
“Hé, hoe was het in Engeland? Wil je me bellen als je wakker bent?” Dat kan maar één ding betekenen. Slecht nieuws. Ik heb daar een fijn afgestelde radar voor en die werkt dus nog altijd als een tierelier. Het was inderdaad verre van goed nieuws.

Een paar dagen terug besloot ik dat ik een column wilde schrijven over mijn obsessie voor oppervlakkige televisieprogramma’s. Of over alle weirde dingen die ik in Engeland gezien, geproefd en beleefd heb. Die plannen werden met één sms door de plee gespoeld. Het was mijn favoriete collega E. die wilde weten hoe ik het in Engeland had gehad en die vroeg of ik haar wilde bellen. Het nieuws dat ze bracht drukte al mijn ideeën voor geinige columns naar de achtergrond. Eén van onze collega’s had besloten dat hij geen zin meer had in leven. En het niet meer leven, dat is hem gelukt.
Ik ga nu niet een melodramatisch relaas houden over mijn overleden collega. Hij en ik stonden op oppervlakkige hoi-doei-voet en ik heb geen moment de behoefte gevoeld daar meer van te maken. Ik kende hem al van mijn opleiding. In de derde zaten we een half jaar lang in dezelfde werkgroep, maar ook toen beperkten we ons tot beleefdheidspraatjes en het per mail uitwisselen van deadlines en feedback. Maar ondanks dit summiere contact, ben ik een beetje van slag.
Ik probeer me voor te stellen hoe hij zich moet hebben gevoeld. De wanhoop, de depressie, het nergens de zin meer van inzien. Ik denk aan zijn ouders, vrienden en collega’s met wie hij wel veel omging. Met de minuut word ik zwaarmoediger, maar waarom? Ik kende de beste kerel immers nauwelijks. Mijn lief kwam met het antwoord. “Death sneaks up on you”, zei hij. Hij had die spijker niet harder op zijn kop kunnen slaan. De dood, ook van mensen die je slechts oppervlakkig kent, verrast je. Het verrast je met het onaangename besef dat iedereen zomaar ineens weg kan zijn. Een enge gedachte. Daarom denken we er liever niet aan. Wat heel verstandig is.
Maar ze zijn ook waardevol, die momenten waarop je even flink met je neus op de sterfelijke feiten wordt gedrukt. Ik typ deze woorden op Dodenherdenkingsdag. Een perfecte dag om mijn collega te herdenken. Het verhaal over het genot van oppervlakkige tv-programma’s moet nog maar even wachten. Net als vertellingen over de gruwelen van de Britse cuisine. Ik kan nu even geen column schrijven over oppervlakkige zaken. Ook al is de overledene iemand die ik maar oppervlakkig kende.
Meer van mij lezen? Klik hier.
Reacties
6 mei, 2010 - 17:47
Dat heb je mooi verwoord Nat. Op naar een volgende column met breinbrekers waarvan je denkt "hoe komt ze erop?'' En het liefst niet waar gebeurd.
Liefs I
6 mei, 2010 - 18:06
Mooi. Laatst is de vrouw van mijn vroegere buurman (jaja) overleden. Dertig jaar oud. Vlak bij huis aangereden.
Ook al ken ik de dame in kwestie niet en heb ik mijn buurman al een poosje niet gesproken, toch werd ik er stil van.
Net als nu, van jouw column. Goed gedaan.
7 mei, 2010 - 10:16
Herkenbaar. Bij mij op de lagere school had de vader van een vriendje hetzelfde besluit genomen en succesvol uitgevoerd. Die jongen heeft hem gevonden. Heel raar als je daar aan terug denkt.
9 mei, 2010 - 23:37
Mooi geschreven, ik kreeg er rillingen van over mijn rug...
Kus Denise.
Nieuwe reactie inzenden