- ‹ vorige
- 4214 of 6212
- volgende ›
Met verbazing, afschuw, maar toch ook ontzag en verwondering keek ik zondag naar het optreden van Geert Wilders tijdens het premiersdebat. De rillingen liepen weer eens over mijn rug toen Wilders de Marokkaanse gemeenschap, zoals Femke Halsema het noemde, “een rotschop” gaf. Waarom dan toch ontzag en waarom verwondering?

Hoewel ik me totaal niet kan vinden in zijn standpunten – sterker nog ik verafschuw zijn ongenuanceerde en kwetsende uitspraken over het Nederlandse allochtonenbeleid – ben ik wel altijd onder de indruk van zijn debat skills en zijn hoge linguïstische niveau.
Als studente Nederlands is taal logischerwijs iets wat me uitermate boeit. Zeker het effect van bepaald taalgebruik, zoals het taalgebruik van Wilders onbewust dingen bij mensen teweeg brengt. Het lijkt vaak onmogelijk om Wilders' woorden los te koppelen van de onderliggende politieke boodschap. Door juist de talige elementen te abstraheren van deze politieke inhoud, krijg je een veel beter beeld waarom Wilders' woorden aanspreken bij de burger.
Dit jaar zijn twee werken uitgekomen die beiden de sterke positie van Wilders op het politieke toneel bespreken op het gebied van taalgebruik. Zo beschrijft Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft, in zijn werk ‘Geert Wilders in debat’ hoe Wilders in debat gebruikt maakt van framing en reframing van een politieke boodschap.
Framing is een techniek om een aan de hand van frames – gedachteconstructies – te zorgen dat jouw visie gunstig uit de bus komt, ten koste van de visie van je opponent. Door het inzetten van een frame zorgt Wilders in debat dat hij zijn politieke boodschap zo presenteert dat het blijft hangen en dat het bovendien heel moeilijk is voor de opponent om te winnen.
Wilders oppert bijvoorbeeld vaak radicale en onhaalbare oplossingen. Het uitzetten van allochtonen na het begaan van misdrijven bijvoorbeeld. Het frame van Wilders scandeert ‘Oppakken, aanpakken, uitzetten!’ Heel catchy. Hij haalt concrete voorbeelden aan die zeer herkenbaar zijn voor de burgers die met deze problemen te kampen hebben. De tegenpartijen schieten in de verdediging en serveren zijn oplossing af als onhaalbaar. De burger blijft vervolgens zitten met het gevoel dat zijn probleem en de bijkomende emoties niet serieus genomen worden.
1-0 voor Wilders.
Van de hand van Jan Kuitenbrouwer, Nederlandse journalist, schrijver en radiopresentator, is deze maand het boek ‘De woorden van Wilders & hoe ze werken’ verschenen. Ook hij heeft het in dit boek over de framing techniek van de politicus, maar legt in een grappig geschreven uiteenzetting uit waarom deze politicus op taalvaardig front zijn tegenstanders in debat het onderspit doet delven. Zo benadrukt hij Wilders’ gebruik van populaire stijlfiguren als de metafoor, opsommen, overdrijven en zijn inventiviteit bij het verzinnen van eigen termen, zoals “multiculti-knuffelaar”, “de subsidieslurper” en “haatimam”. Het boek bevat een uitgebreid lexicon van deze door Wilders verzonnen en gebruikte woorden.
Deze werken dienen als interessante kanttekening bij en deels ook als verklaring voor het succes van Wilders als politicus. Dat Wilders aanspreekt bij de Nederlandse burger komt dus simpel gezegd doordat hij taal gebruikt die de burger aanspreekt.
In dit filmpje licht Jan Kuitenbrouwer zijn werk zelf toe. Aanrader!
Wil je meer van mijn stukjes lezen? [url=http://www.pinkbullets.nl/user/willeke/track/geschreven_logs ]Klik dan hier![/url]
Reacties
27 mei, 2010 - 10:01
Wat ie ook heel goed doet, is oneliners in zijn betoog gebruiken, die later in de samenvatting bij het nieuws, weer voor extra mediaäandacht zorgen.
Nieuwe reactie inzenden