- ‹ vorige
- 3230 of 6209
- volgende ›
Ineens komt hij op je af gerend. Hij is groot. Zijn tong hangt half uit z’n bek. Zijn ogen zijn helemaal op jou gefocust. Hij stort zich vol overgave op je en likt je helemaal onder…
Oké, wie nu een nogal seksueel getinte mind-movie in zijn hoofd heeft, zit helemaal fout. Ik heb het namelijk niet over mensen, maar over honden. Ik hou niet van honden. Sorry. Correctie. Ik hou niet van grote enge honden. Dat is natuurlijk niet zonder reden...

Ongeveer een jaar geleden kwam ik bij vriendin E. thuis. Ik was op de hoogte van het feit dat er een grote enge herder aanwezig was. Vriendin E. noemde het altijd een lief beest met goede bedoelingen. Een hond die geen vlieg kwaad deed. Prima. Ik belde aan en E. deed de deur open. Ik werd netjes naar de woonkamer geleid, waar de grote enge herder gelukkig niet aanwezig was. Ik was in de veronderstelling dat hij ergens achter in de tuin zat. Mijn verbazing was dan ook groot (en de schrik ook) toen E’s zusje ineens kwam binnenwandelen met het herderbeest. Gelukkig was het beestje aangelijnd, maar dat weerhield hem er niet van om mij naar mijn nek te vliegen. Van schrik deinsde ik terug, waardoor de grote enge herder zijn tanden in mijn mooie witte jas zette.
Resultaat: een voor de rest van mijn leven durende fobie voor grote enge honden en een kapotte jas.
Maar.
Er zit ook een andere kant aan het dit verhaal. Wij hebben thuis ook een hond. Ze heet Tess (merk: Cocker Spaniel, bouwjaar: 2004). Maar ze is niet zomaar een hond. Tess heeft een gave. Ze voelt verdriet en pijn. Daarom was het beestje de afgelopen twee weken constant bij mij te vinden. Een relatie van twee jaar verbreken is namelijk best wel zwaar.
Normaal gesproken gaat Tess altijd haar eigen weg als we gaan wandelen. Ze trekt aan het riempje en als ik het riempje losmaak, rent ze hard weg. Maar nu niet. Ze keek om na elke 10 meter om te kijken of ik nog wel achter haar liep.
Normaal gesproken is Tess altijd bij mijn moeder te vinden als ik thuis bij mijn ouders ben. Maar nu niet. Wanneer ik als een zielig hoopje mens op de bank lag, lag het beestje trouw binnen aai-afstand. Af en toe hief ze haar kopje op en keek me aan met haar kraaloogjes, alsof ze wilde zeggen: ‘Ik weet hoe je je voelt, je hoeft het niet te zeggen’. Dan kwam ze even een knuffel halen en vervolgens nam ze weer plaats op de grond, dicht bij mij in de buurt.
Dus… hondjes zijn wel leuk. En lief. Alleen moet ik er de volgende keer voor zorgen dat ik de enge boze exemplaren ontwijk.
Reacties
25 juni, 2009 - 14:43
Mooi stukje tekst.
Veel sterkte met alles.
Nieuwe reactie inzenden