- ‹ vorige
- 3203 of 6209
- volgende ›
Ik haat katten. Grote, kleine, wollige en slapende. En wel om de volgende redenen; Ze plassen en poepen in een bak die in de kamer staat. Ze trekken je gordijnen en meubels kapot met hun scherpe nagels, ze klimmen op het aanrecht en gaan met hun harige billen op je eten zitten.
Nog niet te spreken over het feit dat katten geen baas hebben maar een bediende. Ik ken zelfs katten (ja ik ben wel eens geïnfiltreerd in hun systeem) die de hele dag buiten zijn en slechts naar binnen komen voor het eten. Geen warm onthaal, geen kwispelstaart en geen guitige oogjes die je vol enthousiasme opwachten. Ik ben een hondenmens.

Ook ben ik kraamverzorgende en voorzien van een enorme zwak voor babydiertjes. Ik was dan ook niet te lui om voor het pasgeboren nestje kittens van vriendlief en zijn huisgenoot een flinke schaal lange vingers met muisjes te serveren. Ook bracht ik met lichte tegenzin een langgerekt “Ohh” uit bij het kattenmandje. Toen ze hun oogjes voor het eerst opensperden hield ik er eentje voor me om hem eens goed te bekijken. Het kleine diertje begon kermende geluidjes te maken en ik drukte het stevig tegen mij aan. Stil. En vanaf dat moment hield ik van katten.
Toen de dag aanbrak dat mijn voorkeurskitten mocht verhuizen stopte ik hem in het draagmandje. Hij zou een dagje bij mij mogen logeren tot de eigenaresse thuis kwam. (Dat scheelde haar dan een ritje van 136km) “Er komt heen enkel dier meer bij!” riep mijn vader uit volle borst toen hij mij met het bewegende mandje de tuin in zag lopen. Onze hond door het dolle heen. Hij gaf de kitten een sappig welkom met een grote lik over zijn vacht. We zouden hem stiekem Buddah noemen vanwege zijn dikke witte buikje.
Overdag speelde hij met de hond en ’s nachts haalde hij mijn slaapkamer overhoop. Zich uitrekken in mijn vitrage, likken aan schapenvachtje ‘Ludde’ en aan alle mogelijke kabels trekken en kauwen. Toen brak de ochtend aan dat hij zou gaan verhuizen. Ik had hem nog kattenmelk, vlees uit blik en een wormenkuurtje gegeven. Je werkt in de zorg of niet.
Tot ik te horen kreeg dat de dag toch niet zo goed uitkwam voor het nieuwe baasje. De kitten moest weer naar moeder poes.
We waren zo’n goed team samen! Ik had hem voorgelezen uit het “raad eens hoeveel ik van je hou” boek met bewegende konijntjes, we speelden samen met de gehaakte popjes en ’s ochtends kreeg ik een warm spinnend onthaal.
Hij mocht niet blijven.
Eenmaal terug bij zijn moeder was hij meteen weer in zijn element en ondertussen heeft hij een ander lief baasje gevonden.
Ik ga hem wel missen,
mijn guitige kitten.
Reacties
12 juni, 2009 - 20:26
Haha, grappige column, jij katten-infiltreerder!
Ik ben opgegroeid met honden en katten en heb geen specifieke voorkeur. Nu heb ik alleen een hond, die een enorme hekel aan katten heeft, dus ben ik gedwongen katloos.
13 juni, 2009 - 15:05
Dus nu haat je katten niet meer?
13 juni, 2009 - 17:11
Nou ik moet zeggen dat mijn voorkeur uitgaat naar dat-ene-katje en ik nog steeds niet zo snel een willekeurig poezebeest in huis zal halen.
Maar mijn haat is aanzienlijk afgenomen haha.
Ik ben toch nog steeds meer een hondenmens, al denkt onze hond daar anders over. Die vond het geweldig met de kitten.
13 juni, 2009 - 19:59
Ik houd juist wel van poezen, die zijn schoon op zichzelf, en honden die poepen overal en maken zich niet schoon. Lekker vorr de baas... :S
14 juni, 2009 - 15:17
Katten maken zich schoon met hun eigen spuug, dat is pas lekker voor de baas ;)
Nieuwe reactie inzenden