- ‹ vorige
- 3097 of 6209
- volgende ›
Liever gisteren dan vandaag zou ik naar een land verhuizen waar de ruige natuur nooit ver weg is. En als ik dan toch vertrek, dan graag de tropische warmte tegemoet. Ik zie het al helemaal voor me: elke ochtend word ik fit wakker, en fiets fluitend met een omweg door het oerwoud naar mijn werk. De weekends vul ik vanzelfsprekend met stoere watersporten vlak naast mijn strandhuis. Maar als ik heel eerlijk bij mezelf na ga in welke landen de mooiste natuur te vinden is, kom ik toch al snel ten noorden van Nederland uit. Scandinavië, Schotland: zodra ik er ben, ben ik al jaloers op de mensen die het geluk hebben op zo’n prachtige plek te wonen.
Het afgelopen weekend besloten we Koninginnedag te laten voor wat het was, en genoten we van een korte vakantie in Ierland. De vooruitzichten van wilde landschappen en het gezelschap van een goedlachs volk (want dat zijn de Ieren) brachten in mij een hevig verlangen naar boven om regen en storm te trotseren om zo veel mogelijk te kunnen zien.

Dat trotseren bleek niet nodig: alle vier de dagen was er nauwelijks een wolkje aan de lucht.
Het eerste wat opvalt als je het land binnen vliegt, is hoe groen het overal is. Dit groen word in de lente nog eens aangevuld door een palet aan gekleurde bloemen. Glooiende heuvels, met daartussen schattige boerderijtjes en grazend vee. De afscheidingen tussen de verschillende weilanden bestaan niet uit saaie hekjes, maar uit stoere stenen muren. Het lijkt me een gedoe als je de helft van je weiland verkoopt aan de buurman, maar het ziet er in ieder geval wel veel authentieker uit. Het tweede dat opvalt is de taal: daar is geen kaas van te maken. Alle borden zijn gelukkig tweetalig, maar alsnog is het Gaelic goed voor een exotisch gevoel.
Met de auto hebben we twee county’s aan de westkust verkend. Als eerste was de beurt aan County Clare. De meest bezochte natuurlijke attractie van Ierland ligt daar aan de kust: de ‘Cliffs of Moher’. De entree via een gigantische en dure parkeerplaats en een aangelegd stenen pad doet wel enigszins af aan het dramatische gevoel van midden-in-de-wildernis-zijn, en een (overigens prachtige gemaakte) stenen muur houdt je op veilige afstand van de rand van de ruim 300 meter hoge klif, want je zou niet de eerste ongelukkige zijn die naar beneden keldert. Of springt: de rotsen zijn een populaire plek voor zelfmoordenaars. Begrijpelijke voorzorgsmaatregelen dus, maar op deze manier heb je toch een beetje het dierentuingevoel: je ziet het wild, maar je ervaart het niet. Omdat de hordes bustoeristen inmiddels waren vertrokken en de wind zich koest hield, besloten we dus om toch maar voorbij het grote bord met ‘verboden na dit punt verder te gaan’ te lopen. Daar hield de muur op en kon je eindelijk over het randje van de rots gluren voor het echte drama. Op dat moment begon ik er pas van te genieten ,en uiteindelijk hebben we ruim twee uur op de woeste hoogten doorgebracht.
Een must see dus, vooral door de week aan het eind van de dag. En de echte Hollanders onder ons zullen verheugd zijn te horen dat rond een uur of vijf de slagboom open gaat en de dure parkeerplaats vrij begaanbaar is.

De avond brachten we door in het nabije plaatsje Lahinch, dat ondanks een zeer gering inwonertal, voorzien is van aardig wat knusse pubs en bed & breakfasts. In beide werden we hartelijk ontvangen voor de locals, en van stevig voedsel voorzien om er de volgende dag weer tegenaan te kunnen. Die werd doorgebracht in The Burren. Als er niet zoveel planten tussen de ruige rotsen groeiden, zou je gelijk geloven dat je op de maan was. Dit is het landschap waarvoor we gekomen waren! Nu wordt meteen ook duidelijk waar ze al die stenen voor die muurtjes vandaan halen! Er zijn verschillende mogelijkheden voor lange en korte wandelingen, mooie kleine strandjes, grotten, historische forten en prehistorische stenen graven. Genoeg te doen voor weken, maar helaas hebben wij maar één dag. De avond willen we namelijk doorbrengen in het charmante Galway. Daar is niet veel te zien als het op attracties aankomt, maar aan karakter ontbreekt het deze kleine grote stad des te minder. De schattige straatjes staan vol met goede straatmuzikanten (hoewel ook hier de versterkers voet aan de grond beginnen te krijgen), en er is ruime keus in pubs en restaurantjes. Vooral de pubs Taaffe’s en Tig Coili vielen in de smaak: iedere avond live traditionele muziek. Het was er tergend druk, maar ook hier geldt: met gegronde reden. In Taaffe’s zweepte een enthousiaste band de hele avond het publiek op met bekende Ierse folk-klassiekers, bijgestaan door een gek uit het publiek die met zijn tin whistle al bekkentrekkend door de menigte danste. Het bleef onderwerp van discussie of hij nu daadwerkelijk op dat fluitje floot, maar vermakelijk was hij wel. Intens gelukkig door de betoverende klanken, maakte ik de volledig irrationele beslissing om me thuis te gaan verdiepen in het [url=http://en.wikipedia.org/wiki/C%C3%A9ilidh ]céilidh[/url]-dansen.
Na een heerlijk bed en ontbijt in Lynfield Guesthouse maakten we ons klaar om de Connemara-streek te verkennen. Deze regio is bekend om haar meren en wilde paarden, en opnieuw zijn de uitzichten ronduit betoverend. Het binnenland word gedomineerd door de broederlijk genaamde Twelve Bens (bergen), omringd door grote en kleine meren en wilde riviertjes, en rotsweiden met grazende schaapjes. In veel van de dorpen hier wordt nog vooral Iers gesproken. We nemen eerst de Sky Road bij Clifden, een weg die zijn naam eraan dankt dat het net lijkt alsof je rechtstreeks de hemel in rijdt als het mistig is. Helaas of gelukkig is dat vandaag niet het geval: dankzij een heldere lucht worden we nergens tekort gedaan wat betreft schilderachtige vergezichten. Daarna rijden we richting het vissersdorpje Roundstone, en als we rond lunchtijd een scherpe bocht nemen doemt er voor onze neus ineens een prachtig maanvormig wit strand op, nagenoeg verlaten. We hebben een heerlijke picknick in de zon, laten een vlieger op en wandelen door het helmgras. Wat een genot!

Onderweg spotten we nog wat zeehonden en gestrande bootjes op de kust, en dan is het alweer tijd om terug te rijden naar Cork. Maar niet zonder een belangrijke pitstop: de Ieren zijn dol op hun nationale sporten, en dit weekend wordt de halve finale van een belangrijke internationale Rugbycup gespeeld tussen twee Ierse Teams: Munster en Leinster. Wij bevinden ons onze hele reis al in de provincie Munster, en menig Ier heeft ons uitgenodigd om ze bij te staan bij de wedstrijd. We rijden dus naar een pub in Limerick, waar iedereen van piepjong tot hoogbejaard volledig in het rood gehuld en op het scherm gefixeerd is. Helaas verliezen ‘we’ dik, maar desondanks was het een ervaring om ons in deze enclave van sportliefde te begeven. Onze laatste ochtend brengen we door in Cork en havenplaatsje Co’bh. Helaas beide wat uitgestorven dankzij de op hand zijnde Bank Holiday, maar door de rust heen valt te zien dat de sfeer er normaal goed in zit.
De krappe vier dagen die we hebben zijn veel te kort om Ierland recht te doen, en we moeten zeker nog een keer terug om uitgebreid te wandelen en de rest te doen. Maar het handzame formaat en de ligging op steenworp, maken het land toch een absolute aanrader voor een ontspannende korte uitwaaivakantie met een vleugje stedentrip. En wederom kreeg ik bevestigd dat de ware natuurlijke schoonheid in het Noorden te vinden is. Ook hier wil ik weer wonen! Ik wacht overigens ook tot dan met mijn céilidh-dansles, want ik vrees dat het in Nederland toch meer een geitenwollensokkenhobby is.

Reacties
6 mei, 2009 - 13:18
Klinkt erg goed dat lang weekendje Ierland. Ik krijg spontaan zin om mijn koffer te pakken.
9 mei, 2009 - 10:55
Supermooie foto's en heerlijk beschreven, Fiz! Betere promotie kan Ierland volgens mij niet krijgen, net als Daphinitely heb ik ook meteen reiskriebels.
Nieuwe reactie inzenden