- ‹ vorige
- 2764 of 6209
- volgende ›
Afgelopen vrijdagmiddag zat ik in de trein naar Den Bosch om daar pakjesavond te gaan vieren bij mijn zusje. Dat is een reis van bijna anderhalf uur. Over het algemeen vind ik het wel een prettige manier van reizen. Gewoon instappen, je laten rijden en uitstappen. Ik neem meestal een boek mee en ik zie wel of ik aan lezen toekom of gewoon lekker uit het raam ga staren.

Uiteraard is de beleving van de reis erg afhankelijk van de medereizigers. In ieder geval deze keer wel. Bij de tweede stop, stapt een man in die eruit ziet alsof hij de laatste jaren heeft doorgebracht achter de minst gelezen boeken in de bibliotheek. Ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Hij doet me wat denken aan Boudewijn Buch. Na veel bombarie, zwaaien met zijn armen, zuchten en steunen gaat hij uiteindelijk zitten. Hij sleurt zijn tas op schoot, trekt daar een smoezelige soort van agenda uit en een antieke mobiele telefoon waar nog net de accu niet meer aan vast zit. Omslachtig begint hij door zijn agenda te bladeren, stopt met zijn vinger bij het nummer dat hij schijnbaar wil bellen en toetst dat in op zijn telefoon.
De man groet zijn gesprekspartner met zo’n harde stem dat niet alleen onze coupé maar volgens mij de hele trein mee kan genieten.
Dan volgt er één van de meest bizarre telefoongesprekken waar ik ooit getuige van ben geweest en ik ben bang dat ik de man gedurende het hele gesprek met open mond aan heb zitten staren.
“Ja hallo, ja ik zit in de trein.” Begint hij het gesprek. “Ja, ik ben d’r weer hoor, was kantje boord ja. Ik ben net terug gekomen uit Nieuw-Guinea met een open wond in mijn voet. Nou ongeveer ter grootte van een flinke vuist.”
Goed, ik heb alvast een beeld.
“Heb daar wel nog een bergwandeling gelopen, ja door het Bismarck Gebergte inderdaad. Maar ja, met die voet joh, ik werd hartstikke ziek. Infectie. Wat zeg je? Ja klopt ja maar ja, ik zat daar midden in de bergen dus ik had geen keuze. Ik kon geen kant op.”
Korte stilte.
“Nee inderdaad, niet met de groep mee. We zijn met een aantal achterop geraakt. Hartstikke ziek ja, klopt. Het liep er werkelijk dun door, kwam d’r van boven en onder uit.”
Jezus man, hou je mond, denk ik, dat wil toch niet weten. Maar nee, hij gaat onverstoorbaar verder.
“Ja, de wond ging ook flink etteren ja, kwam allemaal pus uit enzo. Hoge koorts ook, pure ellende. Ja, was wel heftig. Het ene moment had ik het ijskoud het volgende moment was ik vreselijk aan het zweten, echt kletsnat.”
Nee echt, denk ik, nu weet ik wel dat je al je lichaamssappen heb laten lopen. Please! Kappen nou voordat ik hier in de trein over mijn nek ga.
“Ja, ga wel weer terug daarheen, heb een soort haat-liefde verhouding met dat land. Prachtig is het er, maar ja moet je geen open wond in je…” Ik sta op het punt er zelf wat van te zeggen als er een oudere dame naast de man vraagt of hij het gesprek wat zachter wil voeren of, liever nog, wil stoppen. De man tempert iets zijn stem en zegt, “sorry, ik ga ophangen. Er zit hier een oude vrouw naast me die last van me heeft. Ja, ik bel je nog ja.”
Hij drukt zijn gesprekspartner weg en draait zich om naar de vrouw naast zich. “Ja, sorry mevrouw" zegt hij, "maar ik kom net terug uit Nieuw-Guinea.”
“Ja, dat kreeg ik mee” zegt de dame.
“Ja en daar kreeg ik een wond in mijn voet” ratelt de man door.
“Ja, ook dat had ik gehoord” probeert de vrouw de man af te poeieren. Maar tevergeefs de man begint het hele verhaal over al zijn lichaamssappen nog een keer van voor af aan. Hij heeft niet alleen last van gewone diarree maar lijdt ook aan de orale versie daarvan. Tegenover de man zit een meisje die net als ik ook met open mond het hele tafereel heeft gevolgd.
“Oh” zegt de man als de trein vaart mindert “hier moet ik eruit. Nou dag mevrouw en nogmaals sorry hoor. Maar ja, ik ben nog zo onder de indruk van de reis, ja, ik ga zeker terug ja. Nou dag mevrouw.” Met net zoveel toestanden als hij is ingestapt, stapt hij nu ook weer uit. Als hij weg is kijken het meisje en ik elkaar per ongeluk aan en schieten vreselijk in de lach. De tranen stromen over onze wangen en als we uitstappen in Den Bosch wens ik haar een fijne pakjesavond, die van mij kan alvast niet meer stuk.
Reacties
7 december, 2008 - 13:45
Lekker hoor, zo'n man in de trein die in geuren en kleuren over z'n verwondingen vertelt. Leuk geschreven, Ingrid!
7 december, 2008 - 14:15
Dankje Judith! Ja lekker he? Verschrikkelijk dat je af en toe ongevraagd getuige bent van iemands privézaken.....
So what, I need a little beauty!
7 december, 2008 - 15:42
Beslist, dit stukje zou eens in de krant moeten, misschien beseffen de mensen dan dat ze een ander tot last zijn als ze in de trein zonodig hen hele hebben en houden vertellen door de telefoon. Goed beschreven ook.
Blijf zo schrijven. Groetjes
Nieuwe reactie inzenden