- ‹ vorige
- 2810 of 6209
- volgende ›
Het was echt hard nadenken, die vraag op de lijst wat mijn mooiste jeugdherinnering was. Ik was zo'n klein meisjemeisje met de fantasie van wel twintig meisjemeisjes. Tegenover school, en dus ook tegenover mijn huis was een speeltuintje met een gemeentetuin in het midden, waar papaver groeide. Tussen de papaver stonden distels waarvan de knoppen wel stekelig waren maar niet pijnlijk. Deze werden dus verzameld, dat spreekt voor zich.
Veel kinderen stormden na school het gemeentetuintje in en verzamelden de knoppen en de papaverbollen. Een kindje uit de buurt ving daar ook altijd sprinkhanen maar mijn jeugdvriendinnetje en ik hadden er onze plicht van gemaakt deze arme beestjes te bevrijden en er staat me dan nog levendig bij dat er een flinke pluk haar uit mijn hoofd was getrokken en een hand vol zand in mijn mond was gepropt omdat ik een hele middag zoekwerk had verpest door het dekseltje van de tupperware bak af te halen.

In het voorjaar en de zomer stonden de grote bomen met kleine roze blaadjes in bloei, als het dan een beetje waaide kwamen al deze blaadjes als een roze dwarrelregen naar beneden vliegen. Als je geluk had was er nog niet geveegd door de buurtbewoners en kon je je beiden armen vol blaadjes grijpen en deze nogmaals de lucht in gooien voor een gigantische blaadjesregen. Het rook dan naar lente. Na school bleven wij ook altijd knikkeren en als er een kindje was die het nog aandurfde naar mijn gelukspotje te gaan dan had ik weer een flinke knikkerzak aan het eind van de middag. Je pakte je knikkerzak dan op bij het touwtje en sloeg er onder tegenaan zodat je het glas op glas hoorde rinkelen. Tot op een gegeven moment dat touwtje breekt en jij met 20 andere kinderen moet gaan strijden om jouw knikkers!
De glazen wanden van het schoolgebouw hadden geverfde tekenfilmfiguurtjes en als je daar heel voorzichtig met je nagel langs af ging kon je er wat verf vanaf halen. Het zijmuurtje vlak bij de wand had wel 1000 kleuren, we mochten het eigenlijk niet, maar de bordenwissers werden daar uitgeklopt zodat je nog kon zien met welke kleur krijt jouw juffrouw of meester had geschreven. Als je na het kloppen je handen tegen elkaar aan wreef was het ruw, maar het rook lekker. En als je die dag maar goed genoeg luisterde mocht je door de koffiekamer lopen om een kopje koffie te halen.
Op de een of andere manier kwam het bij mij steeds uit dat de pauze net afgelopen was als ik met mijn tot de nok toe gevulde kopje koffie door de gang stommelde en de grote kinderen de koffie over de rand lieten gaan. Gelukkig hoefde ik zelf dat koekje niet op te eten wat erlangs lag en inmiddels doordrenkt was van koude koffie. De ingang van groep 1,2 en 3 was nog het best. Meteen na de ingang was aan de rechterkant een klein hokje waar het speelgoed werd opgeborgen. De zeefjes die wormpjes konden maken van hard zand (Het bovenste laagje zand noemden we zacht zand en de nattere laag eronder was hard zand) Het rook altijd heerlijk in dat hok, ik weet niet wat het was. Misschien wel plastic en opgedroogd zand, ik kon daar ooit wel de hele pauze doorbrengen tussen de niet gebruikte springtouwen en scheppen aan de muur. Ietsje verderop stond een volière met een paar kleine vogeltjes.
Ze keken je nooit aan.
Liever ging ik naar het kleine kamertje met oranje stoelen die aan de kant werden geschoven, we gingen daar met de hele klas op de grond zitten luisteren naar de platenspeler die verhaaltjes vertelde. Wat me ook nog bijstaat is de plasketting, die hadden we twee en als er een plasketting miste was er een kindje naar de wc. We hadden een kindje in de klas die altijd vergat de plasketting terug te hangen en vervolgens de hele middag met grote gekleurde kralen om zijn nek liep terwijl de hele klas het zag maar we er geen van allen nut in zagen om te vertellen dat hij de plasketting moest terughangen. En had je ooit in je broek geplast dan kreeg je een paarse joggingbroek aan met gele strepen aan de zijkant. De schrik van ieder kind. En klasgenoten voorzien van een paarse joggingbroek werden dan ook smakelijk uitgelachen ongeacht de leeftijd.
Ik weet ook nog alle vakanties, de Duitse kinderen waar ik gewoon ging spelen, wat boeide mij het nou dat ik ze niet kon verstaan. Al aaide ik wel constant een kat die krank was. Ik dacht wat een stomme naam, Krank. Inmiddels weet ik dat ik blij mag zijn dat ik geen builenpest heb opgelopen van dat vieze straatbeest aangezien krank het Duitse woord is voor ziek. Vroeger was het allemaal veel makkelijker. Ik heb een vriend van me ook een keer flink uitgelachen omdat hij niet wist hoe het geel van een lieveheersbaastje smaakte. Je bent kind, en als dat beest zijn afweersysteem op jou zegeviert en het ziet er zo kleurrijk uit, dan proef je dat! Zo weet ik ook dat miertjes heel zuur smaken.
Toen ik 4 was heb ik ook mijn konijn tijdelijk verstopt in een oud loopwagentje, ik was het alleen vergeten (konijnen roepen nou niet direct HEE laat me eruit!) en het deksel sloot goed af zodat mijn vader hem pas tegen het avonduur had gevonden toen hij het wagentje oppakte en eigenaardig zwaar aanvoelde. Afgezien daarvan werden mijn konijnen altijd goed verzorgd. Zo maakte ik ook altijd konijnensoep. Ofwel: alle onkruid uit de tuin met een beetje water erbij, smullen maar!
Vroeger was alles gewoon te zien in technicolor. Van de afgelopen 10 jaar weet ik nog maar half zoveel te vertellen. Ik denk dat al die akelige mannen dat effect op mij hebben en dat vriendje F. daarvan de schuld op zich mag nemen, hij was immers nr. 1.
Reacties
Nieuwe reactie inzenden