- ‹ vorige
- 2702 of 6209
- volgende ›
Zijn verbijsterde enigszins woedende blik bracht haar bijna van haar stuk. ‘Hoe bedoel je, je hebt er geen zin meer in?’ Haar handen deden iets met haar favoriete mok, het leek haast alsof haar handen de mok aan het wurgen waren. Zenuwachtig glimlachend met een lichte trilling in haar stem trachtte ze antwoord te geven. ‘Nou gewoon. Ik heb er geen zin meer in.’ ‘Hoezo gewoon? Wat nou gewoon? En waar in godsnaam in?’ Zijn knokkels waren wit. De zon speelde met de luxaflex en deed haar knipperen. ‘Nou, kort gezegd in alles. En laat me deze keer uitpraten alsjeblieft.’
De woorden die hij had willen zeggen verdwenen naar het land van alle ingeslikte woorden en ze sprak langzaam en beheerst verder. ‘Ik heb er geen zin meer in om hier elke dag om 9.00 uur te moeten zijn, deadlines halen, ruzie maken met sales en net te doen alsof ik dat allemaal belangrijk vind. Het kan me niets schelen. Echt niet. De concepten die ik mooi vind gaan de prullenbak in en klanten worden wild van clichématig werk, waar geen eer aan te behalen valt. Ik heb geen zin om steeds discussies te voeren met het secretariaat over het boeken van mijn uren en ik ben het zat om elke dag opnieuw te bedenken wat ik aan moet trekken, wat wel stijlvol en representatief is, maar niet aanstootgevend of saai. Ik heb geen zin meer om pas tegen half acht thuis te zijn, snel te douchen en samen met mijn kat een magnetronmaaltijd eten.’ Zijn zucht klonk als de moeder aller zuchten. ‘Ik kan je een andere portefeuille geven, met klanten die meer risico durven te nemen.’ Het werd haar zwaar te moede. ‘Daar gaat het niet om. Ik heb geen zin meer.’ Het viel bijna niet op, maar om zijn linkermondhoek verscheen de aanzet tot een schampere glimlach.

‘Och Lisanneke, ik heb ook geen zin om naar het gejengel van mijn debiteuren te luisteren, maar je doet er zo weinig aan hè?’ ‘Ik heet Lisanne. Je mag het met me oneens zijn, maar dat geeft je niet het recht om tegen me te praten alsof ik een vijfjarige ben die niet naar school wil.’ Haar mok was nu bijna dood, ironisch genoeg was haar koffie inmiddels ook koud.
‘Wat wil je dan? Omscholen? Stoppen met werken en voor een schamele uitkering drie onbegrepen schilderijen per maand maken?’ Het ritme van haar hartslag klonk als een mantra. ‘Doe het, doe het, doe het’ leek haar hart tegen haar te zeggen. ‘Wat ik wil zijn mijn zaken. Volgens mijn contract heb ik een maand opzegtermijn, minus mijn resterende vakantiedagen. Volgens mijn berekening betekent dat dat morgen mijn laatste dag hier is.’ ‘Als je hier niet wilt zijn, kan ik je niet dwingen te blijven. Ga nu maar, die laatste dag krijg je van mij cadeau.’ Allicht was het zijn bedoeling om strijdlustig over te komen door zijn kin fier naar voren te steken, maar hij klonk afgemat. ‘Wacht, voor je gaat heb ik nog een vraag. Denk je nu serieus dat je de enige bent die liever niet werkt dan wel? Natuurlijk willen we liever allemaal de hele dag slapen en een beetje reizen, maar werken moet nu eenmaal.’ ‘Ik weet niet van wie dat móet, dus hoef ik ook niet naar die onbestaande persoon te luisteren.’ Met een zachte klik valt de deur dicht.
Zich compleet onbewust van wat er zojuist is gebeurd, kijken haar collega’s niet op of om als ze haar PC uitschakelt, haar tas pakt en langzaam van de afdeling af loopt. Met de vingers van haar linkerhand glijdt ze langs de muur in de gang en voelt elke oneffenheid. Haar collega’s zijn nog steeds druk bezig en voor een buitenstaander zou het kunnen lijken alsof er hier erg belangrijk werk wordt verricht. In de lift voelt ze zich al bijna opgelucht. Blij dat ze er niet meer bij hoort. Werkverschaffingsfabrieken. Er zijn duizenden bedrijven zoals deze die ze nu verlaat. Er wordt een behoefte gecreëerd en voila, er zijn weer 500 vacatures te vervullen. Haar collega’s vinden zichzelf, hun werk, de deadlines allemaal oprecht belangrijk. Terwijl het in het kader der dingen niets –helemaal niets- voorstelt. Zij doet niet meer mee. Het grijze conformistische kantoorleger is een rekruut kwijt. Eenmaal buiten schijnt de zon fel in haar gezicht. Een laatste blik over haar schouder doet zowaar een brokje meelij opwellen in haar borst. Bijna wil ze weer naar binnen stormen en schreeuwen. ‘Je moet niets! Denk, leef en wees vrij! De wereld vergaat niet als je niet stipt om negen uur in klokt of je deadline mist. De wereld vergaat niet als je niet conform het handboek werkt!’ Het heeft geen zin en ze weet het.
Met een omweg slentert ze naar huis. Haar kat miauwt verward als ze naar binnen loopt, zelfs hij is gewend aan een regelmatig conformistisch bestaan, waarin je dingen doet omdat ze horen en moeten, niet omdat je het wil. Het antwoordapparaat tettert de stem van haar vader door de kamer. ‘En dromer? Ben je nu inderdaad werkeloos?’ Ze glimlacht naar de machine. ‘Nee, lieve papa, ik ben werkelijkheidloos. Mijn voeten op het gras, mijn hoofd in de wolken en ik zie wel wat er op mijn pad komt.’
Afbeelding via Dory & Fillet.
Reacties
16 november, 2008 - 17:00
Mooi verhaal, en wat een prachtige bewoordingen: grijze conformistische kantoorleger, werkelijkheidloos.....
6 oktober, 2009 - 18:06
=]
Nieuwe reactie inzenden