- ‹ vorige
- 2704 of 6209
- volgende ›
Gisteren liepen wij, mijn man en ik, te slenteren over de markt op zoek naar koopjes, lekkere hapjes en een vers visje. Eigenlijk waren we min of meer zover om naar huis te gaan toen ik opeens werd overvallen door een diepe, luidruchtige uitroep.
“Sjooooooo hey” hoor ik ineens achter me. “Sjoooooooooo, nie no’maaaaal.”
Achter ons loopt een vrouw gekleed in dikke lagen vodden. Bonte kleuren die vervaald zijn door het buitenleven. Haar haar hangt in vettige pieken langs haar gezicht. Ze sleept een grote tas met zich mee waar zo te zien haar hele leven in zit. Als ik haar aankijk geeft ze me een vette knipoog en een wat onsmakelijke grijns. De twee tanden die ze nog heeft zijn zwart.
Geschrokken kijk ik om heen. Wat is er dan niet normaal? Ik zie niets opvallends, alleen mijn man en die ziet er verder redelijk normaal uit.
“Sjoooo, lekkur ding joh” roept ze nu en langzaamaan zie ik steeds meer mensen naar ons kijken en besmuikt grijnzen. Mijn man, die nu ook doorheeft dat de vrouw het tegen ons heeft, draait zich om.

“Lekker kontjuh hoor maar je voorkant ken dr ook weesju! Niks misj mee. U zult wel gelukkig weesju, m’vrouwtje, met zo’n sjpetter?" Verbaasd kijk ik nog eens naar mijn man. Heb ik iets gemist? Is hij naar de sportschool geweest? De kapper? De schoonheidsspecialist? Nee hoor ik zie niets, niets anders dan anders.
De vrouw loopt inmiddels recht op ons af.
“Maar sja, da ken ook nie andesj want u mag er ook weesju m’vrouwtje. Sja dat krijg je dan hè, dat sjoekt elkanders dan op. Isj mij nie gelukt. Op ieder potje een deksjeltje….nou nie op die van mij. Keb nog sjteeds geen deksjeltje gevonden.”
De volgende vette knipoog adresseert ze regelrecht aan mijn man, die zichtbaar geniet van het spektakel. Ik kijk om me heen naar het publiek dat zich langzaam maar zeker om ons heen verzamelt en zak eigenlijk het liefst ter plekke door de grond.
“Nee m’neer, dat sjit allemaal besjt goed bij u. Sjo kom ik sje maar sjelden teguh. Wou u wat van me drinkuh?“ Roept ze nu onbeschaamd terwijl ze een gore jeneverfles omhoog houdt. Ik voel dat mijn mondhoeken de neiging krijgen om te gaan grijnzen. Ik kan me zo niet bedenken van wie ik het gepikt zou hebben om mijn man ronduit voor een drankje uit te nodigen terwijl ik er zelf naast sta. Wanneer dat een of andere blonde stoot van 18 was geweest had ik haar aan haar haren naar mijn mond gesleept om haar zacht, subtiel en vooral venijnig duidelijk even toe te fluisteren bij wie deze man nou eigenlijk hoort.
“Nou, wat sjeg je ervan? Sjlokje lekkur ding?” Ik kijk nog eens naar mijn man die nu breeduit staat te genieten van de hele situatie en ineens valt me iets op. Ik kijk naar hem door de ogen van de tandeloze vrouw en zie weer wat ik zag toen we net verliefd waren. Ineens voel ik de kriebels, de vlinders weer. Hij is prachtig! Waarom was ik dat vergeten.
“Mevrouw” zeg ik, “Gaat u daar eens lekker zitten” en ik wijs naar het dichtstbijzijnde café. “U krijgt van ons wat te drinken.” Mijn man en ik kijken elkaar aan en pakken de dame aan beide kanten bij de elleboog. We parkeren haar op een stoel en bestellen bij de serveerster 3 koffie en 3 appelgebak.
“Sjooooo hé, das lekkur, das lang geleduh.” Roept ze snoeihard door het café. Ze geniet overduidelijk van haar gebak en koffie. Wij kijken elkaar aan en genieten ineens weer voelbaar van elkaar. De vrouw met de twee zwarte tanden en haar leven in een plastic zak heeft ons opnieuw naar elkaar laten kijken.
De schat!
Reacties
16 november, 2008 - 12:34
Hartverwarmend om te lezen! O+ .
16 november, 2008 - 14:02
Ontroerend!
De pracht van het leven zit vaak in kleine gebeurtenissen of details...
18 november, 2008 - 19:05
Hier gaat je hart van open, zo fijn dat men het nog kan inzien dat
het niet dagelijks zo is. Daar moet je even voor doordenken.
Fijn verhaal.
Nieuwe reactie inzenden