- ‹ vorige
- 2743 of 6209
- volgende ›
Het begon te sneeuwen en hij stapte op haar af, met een eenvoudig "hallo".
"Eigenlijk houd ik niet van feestjes. Of van gezelligheid in het algemeen. Men ziet mij wel eens aan voor een zuur damesmeisje, maar dat is geenszins waar. Ik vind gewoon andere dingen leuk dan men."
-"Wat bekoort u wel dan?"
"Vousvoyeren is niet nodig, zo'n openhartig gesprek vraag om tutoyeren."
-"Okee, wat vind je dan wél leuk, onzuur damesmeisje?"
"Kijken. Staren zelfs."
-"Naar iets?"
"Niet in het bijzonder, nee."
Hij maakte een onbestemde beweging en een half woord bleef in de lucht hangen. Het onzure damesmeisje keek naar het halve woord en verwonderde zich over de betekenis. Niet van het woord, maar meer van zijn bedoelingen. Hij herpakte zich.
-"Naast staren, zijn er andere dingen?"
"Och, zovelen. Muziek. Deuntjes. Dromen."
-"Waar droom je van?"
"De wereld zoals ik haar zie, zoals ze dient te zijn. Zoals ze bedoeld is, puur en oprecht."
-"Heeft de wereld een bedoeling?"
"Meerdere zelfs."
Al fronsrimpelend keek hij haar aan. Het was een vreemd onzuur meisje, met een onvaste hand en een verre blik. Toch leek ze vrolijk.
-"Hoe kan een toevallige klomp aarde bedoelingen hebben?"
"Hoezo toevallig? Niet dat ik het weet, allicht is het toeval dat wij elkaar hier ontmoeten, allicht niet."
-"Voorbestemming?"
"Weet ik niet. Wie stemt dat dan voor?"
-"Een bebaarde wijze man?"
"Dat lijkt me stug. Maar er kan moeilijk een entiteit zijn die voor jou, mij en alle andere mensen in de wereld beslist."
-"Beslissen doe je zelf."
"Heb jij besloten mij aan te spreken of is dat voorbestemd?"
-"Ik heb dat zelf besloten."
"Waarom dan?"
Haar blik was serieus, maar in haar stem klonk een kwinkslag. Lastige vraag.
-"Om eerlijk te zijn, heb ik daar geen duidelijk antwoord op. Ik stapte op je af eer ik het door had, er is geen weloverwogen denkproces aan vooraf gegaan."
"Wil de toevallige klomp aarde dan soms dat we met elkaar praten?"
-"Is er dan toch een entiteit die beslist dat wij moeten praten?"
Nu viel zij even stil. Schijnbaar gedachtenloos haalde ze haar vingers door haar lange bruine haar. Het viel hem op dat haar vingers lang en slank waren. Knokig eigenlijk.
"Om eerlijk te zijn praat ik zelden met mensen. Helemaal op feestjes. Maar met jou praat ik wel, terwijl ik je meteen al vertelde dat ik niet van feestjes en gezelligheid houd. Normaliter haken mensen na die eerste zin af, maar jij blijft. Waarom?"
-"Omdat ik nog nooit zo'n leuk gesprek op een feestje -of überhaupt ergens- heb gehad."
"Dat vind ik wel een beetje raar. We hebben amper écht gepraat en toch vind je dit gesprek nu al de leukste."
-"Laat ik het anders formuleren, je bent de leukste gesprekspartner ooit."
De twinkeling in zijn ogen bracht haar even van haar stuk. Complimentjes vond ze altijd lastig, bedoeld of onbedoeld kwam er altijd met een compliment een schep verwachtingen mee.
"Vanaf nu kan ik je enkel teleurstellen."
-"Niet als ik geen verwachtingen heb."
"Echter heb je die wel. Ik ben je leukste gesprekspartner ooit, dus verwacht je nu -al dan niet bewust- dat dat zo blijft. Je vraagt je stiekem af wat ik nog meer ga zeggen en welke wendingen dit gesprek verder gaat nemen."
-"Ik heb geen keuze dan afwachten."
"Nou nee, we hebben dit gesprek samen, jouw rol is dus net zo belangrijk als die van mij."
-"Hoe heet je eigenlijk?"
"Maakt dat wat uit?"
Ze zei het op een vriendelijke toon en keek hem recht aan. Bijna verdronk hij in haar ogen, maar daar hij clichés hekelde, deed hij het niet.
-"Eigenlijk niet nee. Je naam zegt natuurlijk vrij weinig, het gaat om jou, het gesprek, de ervaring en het gevoel."
"Welk gevoel?"
-"Het gevoel dat ik je heb gevonden."
Doordat ze bedenkelijk keek, trokken haar ogen iets samen en viel het hem op dat ze fijne rimpels had in haar gezicht. Een rimpelmeisje, het was raar, maar toch klopte het. Toen ze zijn hand pakte schrok hij niet. Het was inderdaad een teer -knokig- handje, maar verrassend warm en zacht.
"Ik geloof dat dat klopt. Je hebt me gevonden."
-"Net zo belangrijk, jij mij ook."
"Nu zijn we nog hoopvol, maar ooit gaan we kapot."
-"Zullen we tot die tijd er dan maar flink van genieten?"
Zijn blonde lokken krulden over haar voorhoofd toen hij naar voren boog om haar te kussen. Zijn lippen raakten de hare en de tijd bevroor. Voor altijd, terwijl de sneeuw bleef dwarrelen.
Reacties
29 november, 2008 - 13:39
Mooi hoe je de sfeer weet te beschrijven zonder dat expliciet te doen. Op deze manier wordt liefde op het eerste gezicht veel aannemelijker.
3 december, 2008 - 23:06
Geen liefde op het eerste gezicht, die twee kenden elkaar al langer.
22 maart, 2011 - 10:58
Ik heb nu meerdere van je teksten gelezen en ik moet zeggen dat je echt fantastisch schrijft! Ben enorm enthousiast!
Nieuwe reactie inzenden