- ‹ vorige
- 2725 of 5934
- volgende ›
De reünie
Hij ligt hier voor me. De uitnodiging voor de reünie. Ik ga niet! Neem ik mezelf voor. Nee, ik heb daar niets te zoeken, ik heb niets waar te maken of te bewijzen. Ik ga niet!
Wat mis ik? Niets! Wie kom ik tegen? Uitgegroeide volwassenen van de puberjaren destijds. Mensen die hun eigen weg zijn gegaan. Mensen die niets meer te maken hebben met het geromantiseerde beeld dat ik nog van ze heb. De herinneringen die ik koester omdat het toen klopte. Als ik naar mezelf kijk, zie ik weinig overeenkomsten met het meisje van toen dus waarom zou dat bij de rest anders zijn.
Toch ga ik. Uit nieuwsgierigheid en in de hoop iets terug te voelen van het onbezorgde toen. Ik kom binnen en raak redelijk snel aan de praat met oud klasgenoten. Allemaal geslaagd. Uiteraard. Allemaal gelukkig. Natuurlijk. En allemaal de zaak lekker op een rij. Dat vooral.
Na een half uur zinloos gebabbel over kinderen, werk en, ja ja, de hoogte van de inkomsten ben ik het spuugzat. Ik wil weg. Ik sta op het punt om mijn jas aan te trekken. Ineens voel een hand op mijn schouder.

Zonder om te kijken, zonder een stem te horen weet ik wie het is. De warmte van de hand golft langzaam maar zeker door de rest van mijn lijf. Onbewuste vuisten, kromgetrokken tenen, een zucht, dan berusting. Ik sluit mijn ogen en leun achterover, tegen het lichaam dat achter me staat. Zo herkenbaar, zo volgzaam, zo passend leun ik in het stukje verleden dat vreselijk vertrouwd en veilig voelt. Met mijn ogen nog steeds dicht fluister ik “niets zeggen, niets doen, alleen maar blijven staan zo.” Ik kan mezelf amper horen. Beelden flitsen aan mij voorbij. Het onbezorgd lachen, de schoolreisjes, de disco avonden. Allemaal beelden van een film waarin wij samen de hoofdrolspelers zijn. Beelden die doen denken aan een feel good highschool movie.
Voor mijn gevoel staan we uren tegen elkaar aan, zonder woorden. Zwijgend voelen we allebei dàt wat is geweest en nooit meer terugkomt. We voelen allebei even weer de onbevangenheid en de vlinders die horen bij een puber. De ongeremde verliefdheid die je nog durft te voelen als je 15 bent. We voelen ook allebei de wegen die zijn gescheiden. Zijn weg, mijn weg, ver uit elkaar. Ik draai mijn hoofd iets naar rechts. Heel vluchtig en heel kort raakt zijn mond de mijne. Ik durf mijn ogen niet te openen, bang om de magie te verbreken. Meer heb ik niet nodig. Correctie, meer kan ik niet gebruiken. Mentaal koppel ik me los. Ik moet. Ik moet naar huis, naar mijn leven. Met de grootst mogelijke moeite hervind ik de afstand die de jaren van toen naar nu tussen ons hebben gecreëerd. Nog steeds leun ik tegen het verleden, mijn handen zoeken de knopen van mijn jas en maken ze dicht. Ik pak mijn kraag en trek die dichter om me heen en in hetzelfde gebaar kom ik los. Ik loop naar de uitgang en gooi de deur en mijn ogen open.
Hij ligt voor me, de uitnodiging voor de reünie. Ik ga niet!
Reacties
24 november, 2008 - 18:54
Haha, oude vlammen kunnen soms toch voort blijven smeulen, niet? Ik zou ook niet gaan trouwens, als het tegenvalt ben je je geheime fantasie kwijt.
24 november, 2008 - 19:15
Ja, en sommige herinneringen wil je blijven koesteren en niet stuk laten slaan op de werkelijkheid....mischien is hij inmiddels wel kaal met een enorme bierbuik of heeft hij het anders beleefd toen dan ik...nee, niet gaan is de beste optie in dit geval!
So what, I need a little beauty!
Nieuwe reactie inzenden