- ‹ vorige
- 2626 of 5934
- volgende ›
Prachtig vind ik het eerste deel van de herfst. Mooie kleuren, bijna goud, als de zon erop schijnt. Ik geniet daarvan en bij ons in de buurt is het soms adembenemend. Wij wonen in een van de groenste wijken van de omgeving. Explosief groen in de zomer, een warme kleurrijke deken in de herfst. Dertig jaar is er geïnvesteerd in deze wijk. Gigantische platanen en een schilderachtig palet aan struiken en beplanting.
Helaas was niet iedereen in de buurt net zo gecharmeerd van al dat groen als wij. Door de bomen kregen sommigen niet genoeg zonlicht meer in huis. Er werd een soort commissie van inspraak en blabla ingesteld die door de buurt is getrokken. Daarbij hebben een aantal bralapen met een grote bek aangewezen wat de “probleemgevallen” in de wijk waren. Boom voor boom werd behandeld. De burgemeester himself liep ook mee.

Tja, eigenlijk moet je dan naar zo’n inspraakavond voor het nodige tegengas om achteraf ook maar überhaupt een mening te mogen hebben. Maar volgens de berichten in de regionale krant zou het allemaal wel mee vallen. Hier en daar zou een bestaande boom vervangen worden door een lindeboom. Nou ja, daar kon ik mee leven. Tot afgelopen week. Ze zijn voor in de straat begonnen. Alles wat getooid was met de meest prachtige herfstkleuren werd naar beneden gehaald. Zonder pardon, niets bleef gespaard. Ik werd zo boos, zo vreselijk boos. Boos op de buurtbewoners die hierover hebben geklaagd. Ga dan in godsnaam op een flat met balkon wonen. Opzouten en val niet mijn mooie groene buurt lastig met je grote bek. Wegwezen!
Boos op de snoeiers en hakkers. Normaal zijn ze niet vooruit te branden. Leunen ze een beetje doelloos op hun schoffel totdat het tijd is voor het bakkie pleur en duiken ze de keet in bij het eerste het beste spatje regen. Maar nu waren ze niet te stoppen. Ineens voelden ze zich belangrijk, zagen ze resultaat van hun werk en waren ze niet te stuiten. We gaan lekker, hupakkee, met de botte bijl van boom naar boom.
Ik had mijn kleine meid al voorbereid.
“Lieverd ik denk dat de bomen hiervoor ook weggaan”.
“Nou, dan ga ik morgen heel vroeg mijn bed uit en bij de boom zitten”.
“Nee schat, jij moet naar school”.
De volgende ochtend waren ze al vroeg bezig. De eerste boom bij ons in de straat was om voordat wij koud wakker waren. Mijn meisje kwam naar buiten en keek naar de kale plek waar gisteren nog een prachtige plataan stond. Grote ogen en ineens tranen. Ontroostbaar. Ik werd nog bozer. Ik voelde een onbedwingbare behoefte om de fanatieke snoeiers bij hun strot te grijpen. Ik kreeg zin om de zagen en snoeischaren op plaatsen te steken waar de zon niet schijnt. Ik keek naar mijn lieverd en dacht, je doet precies dat wat ik ook zou willen. Huilen, tranen met tuiten, om al het moois wat zonder genade tegen de vlakte wordt gesnoeid. Ze keek me aan en zei door haar tranen heen, in iets andere termen dan wat ik daarnet dacht.
“Mama, ik wil ze heel hard tegen hun piemel schoppen.”
Ik pakte haar vast en knuffelde haar.
“Lieverd” lachte ik “dat mag je niet zeggen en niet doen, maar ik snap wat je bedoelt. Weet je wat we doen? We gaan vanmiddag naar het tuincentrum en dan mag jij iets moois uit zoeken”.
Hoe bijzonder dat mijn meisje die middag blindelings koos voor de Passieflora.
Reacties
20 oktober, 2008 - 09:47
Ja ze gaan tegenwoordig wel tekeer tegen alles wat groeit en bloeit.
Ze willen allemaal uitzicht en hebben ze dat dan is het ook weer niet
goed, want de buren kijken dan binnen. Krijgen ze daar weer ruzie om.
Het is nooit goed of het deugd niet. Jammer van al dat groen.
Soms wordt het wel weer mooier, als men met verstand snoeit, maar
over het algemeen is het een vreselijke kaalslag.
Hoop voor jullie dat het straks toch weer mooi wordt.
Nieuwe reactie inzenden