- ‹ vorige
- 2260 of 6207
- volgende ›
Waarschuwing! Deze tekst bevat vieze dingen.
Soms is de stank zó ondraaglijk dat het mannetje er weer aan te pas moet komen. Ondanks mijn kille verhouding met loodgieters, dát zijn immers de mannetjes, zit ik popelend te wachten op zijn komst. Loodgieters zijn bij gelegenheid ontzettend welkom. Ik zit namelijk behoorlijk in de shit. Letterlijk. Al enkele dagen is ons huis bezwangerd van onzindelijke aroma’s. Stilletjes beschuldigde ik mijn mannelijke huisgenoten van deze vervuilde lucht. Een vrouw zou een dergelijke geur nóóit kunnen produceren. Ik geloof er graag in. Maar met de darmstelsels van mijn huisgenoten bleek niet méér mis dan gewoonlijk. Het was erger.
“U bent de loodgieter!” constateer ik bijna jubelend, terwijl ik hem als een soort verlosser de hand schud. Grote blauwe ogen, oren ietwat geflapt, haartjes vlassig op de bovenlip. Dit wordt mijn held. Hij schraapt zijn keel. Gewichtig. “Rioloog,” begint mijn aanstaande held in onvervalst Gronings. “Ik noem mezelf graag rioloog.” Heb ik weer. Een omhooggevallen loodgieter. Ik gun hem zijn titel en snel troon ik de rioloog naar de plek des onheils; een drappig hoekje achter in de schuur.
“Kijk eens aan,” mompelt mijn mannetje dokterachtig, “dit is ernstig.” Ik vind het ook ernstig. De rioloog voelt zich genoodzaakt uit te leggen wat die drap precies is. Hij heeft er immers voor gestudeerd. Ik heb een donkerbruin vermoeden. “Dit,” hij graait in de zompige massa, “is poep.” Hij spreekt het woord zachtjes uit en kijkt me plechtig aan, zoals alleen riologen dat kunnen doen. Ik kijk terug, bleekjes en misselijk. “Ik wil nu allemaal dingen zeggen die ik helemaal niet mág zeggen” grinnikt mijn mannetje. Zulke uitspraken vind ik altijd verschrikkelijk oneerlijk, omdat nu van mij wordt verwacht dat ik belangstellend vraag: “Welke dingen dan?” Ik doe het niet. Het is vast vies.
“Wat vreselijk,” prevel ik ontdaan. Ik kijk toe hoe de loodgieter onze derrie weg schept. Hij blijkt de zaak nuchter te bekijken. “Er zijn ergere dingen,” troost hij. Ik begin de opleiding tot rioloog steeds meer te waarderen. Hij heeft gelijk! “Oorlogen en honger,” bedenk ik ontwikkelingshulpachtig. Verontwaardigd verschijnt het hoofd van de loodgieter weer uit het riool (want daar was hij vakkundig in verdwenen) en schudt zijn hoofd. “De brand bij FC Groningen, dát is pas erg.” Een nieuwe lading uitwerpselen komt boven de grond. Geef een rioloog áltijd gelijk. Dat verdienen ze.
Reacties
4 mei, 2008 - 18:10
:D! Geweldig! Mooi stuk weer, Rule.
Nieuwe reactie inzenden