- ‹ vorige
- 2161 of 6207
- volgende ›
De kaft van het donkerbruine boekje voelt ijskoud aan als ze het probeert op te pakken. Sanne rilt. Het is alsof het boekje zelf doorheeft wat voor herinneringen het met zich meedraagt. Ze weet dat ze het niet moet openmaken - anders bijt het weer. Als een kattenklauw wier nagels zich vast hebben gezet in haar vel - dat zich bij ieder herrezen detail onmogelijker in haar vlees vastdraait.
"Jij weet dat ik altijd meer zal verdienen dan jij, hè?" roept de klootzak haar vanaf het balkon toe. Sanne's vingers verkrampen tot witte kootjes - tot tintelingen grijpt ze het boekje vast. Maurits leunt achterover in zijn stoel en werpt Sanne een spottende blik toe.

Italië, had hij gezegd. Rome, cultuur en passie, had hij haar in haar oor gefluisterd terwijl zij hijgend tegen een deur had gestaan met zijn vingers tartend op haar tepels.
Ze had er mee ingestemd. Reizen is ultiem vluchtgedrag en zij deed niets liever dan weggaan.
De aanwezigheid van het boekje ontstemde Sanne dan ook. Het sluimerende weten van de Duitse woorden, vluchtig en met een goudomrande vulpen neergeschreven - ze ontroerden haar nog steeds. De kennis dat ze ooit met zulke honger verlangde.
Mistroostig kijkt ze naar de gespierde en gebruinde benen die Maurits op de rand van het balkon laat leunen. Hij is niets. Het doet haar geen pijn in haar hart hem daar te zien zitten. Ze kan niet opeens niet meer ademhalen omdat ze zich in een milliseconde opeens realiseert dat ze idioot veel van hem houdt. Ze moet niet stiekem bijna huilen als ze hem naast zich in slaap ziet vallen met een glimlach om zijn lippen.
Nee.
Reacties
Nieuwe reactie inzenden