- ‹ vorige
- 2191 of 6207
- volgende ›
Even was hij er weer. Als in een gedesoriënteerde, snel vergeten droom. Hij vloog wel enkele seconden lang door mijn leven. Terwijl hij niets liever deed en wilde dan mij negeren. Heus, te begrijpen.
Maar nog steeds kan mijn hart niets anders doen dan allergisch - panisch naar hem te snakken. Zomaar, door die paar seconden, doet alles weer pijn en is niet anders goed genoeg.
Je bent sterk, je kan dit wel, zeg ik tegen mezelf. Maar duizenden malen liever hoorde ik hem me iets onverstaanbaars in mijn oor fluisteren. En zacht raakt zijn onderlip mijn oorlel aan. Maar hij wil zoiets niet.
Dat is het meest allerpijnlijkst. Hij wíl al die dingen niet. Nooit. Meer.
En het leven raast maar door als een op hol geslagen paard, met een mank been en een verloren hoefijzer.
Au.
Ik was heus vergeten hoe hij die ene avond nonchalant van geilheid tegen een zwart-reflecterende koffieautomaat aanleunde. Hoofd naar achteren, sexy loensende blik op mij gericht. En toen begon ik tegen hem te praten. Ik viel, toen, al. Het was zo spannend, zo luchtig.
Soms, zou het nog een keer willen meemaken. Zou ik die pijn er wel voor over hebben om me nog een keer zo vreemd te voelen. Want zal dit, zoiets, ooit nog terugkomen? Ik geloof het niet. Ik kan het niet geloven.
Nee, ik verkies het niet te geloven.

Reacties
Nieuwe reactie inzenden