- ‹ vorige
- 2210 of 6207
- volgende ›
Er staat iets te gebeuren. Ze weet niet wat, maar ze weet wel dat het Groots en Meeslepend zal zijn. Allicht is het de terugkeer van De Buitenstaander, hij die zich vermomd had als De Ware. Soms is ze zo vol van datgeen wat staat te gebeuren, dat ze hardop gnuift als ze over straat loopt. Mensen kijken haar dan vreemd aan, maar dat doen ze sowieso wel. De grote vraag is, zal het haar op haar grondvesten doen schudden en wat is überhaupt haar grondvest? Kleding is geen van haar passies, dus van vestjes weet ze eigenlijk niets, laat staan als ze op de grond liggen.
Enfin, De Buitenstaander. Ooit maakte hij deel uit van haar binnenkant en dientengevolge was hij toen nog niet De Buitenstaander maar noemde zij hem De Ware. Soms lagen zij zo verstrengeld dat ze niet wist waar hij begon en zij eindigde. Toch waren ze eindig en dat was geenszins haar schuld. Goed, het feit dat ze met en ander had staan 'kopkluiven' zoals hij het meesmuilend noemde, was uiteraard niet constructief geweest. Net zo min was het constructief dat hij haar in de maanden voor het 'kopkluifincident' met geen vinger had aangeraakt en zich had terug getrokken in zijn eigen wereld, een wereld waarin overduidelijk geen plaats voor haar was. Af en toe deed ze een halfslachtige poging, maar als iemand ruimte weigert te maken kan je wel in een krappe kippenren kruipen, maar comfortabel is het niet.
De liefde bekoelde, de relatie bloedde dood, eenzaamheid kent geen tijd, wederzijdse afkeer, usw, usw. U kent het wel. Dagen verstreken, weken vlogen voorbij en plotsklaps was het station al maanden gepasseerd, net als de hypotheek. Ze scharrelde wat aan her en der, was niet bijster ongelukkig en de flarden van zijn geur verdwenen langzaam uit haar wipneus. Soms als ze haar ogen dichtdeed zag ze hem nog, maar zijn scherpe trekken werden steeds vager tot ze op een dag compleet verdwenen waren.
Tot vandaag. Er is iets aanstaande. De wind trekt aan, bomen zuchten onder het geweld, tuinmeubilair vliegt door de aangeharkte perken en zij glundert door de stad. Als iedereen wegduikt om te schuilen voor de heftige slagregens loopt zij door met opgeheven hoofd en gesloten ogen. Ze ziet hem scherper dan ooit, er gaat iets gebeuren. De eerste gebeurtenis verrast haar, verrassend genoeg. Als je met gesloten ogen loopt is het namelijk een kwestie van tijd tot je ergens over struikelt en onderuitgaat. Omdat de koele natte stenen eigenlijk wel goed voelen, blijft ze even liggen. Het is koud maar ze heeft het warm, heel erg warm. Ze hoort gegniffel. Specifiek gegniffel. Zijn gegniffel. Ze opent haar ogen en ziet hetzelfde wat ze zag toen ze nog gesloten waren. Zijn pretogen lachen haar uit.
Het is 18.30 en ze liggen in bed. Het einde is geëindigd en ze is zo ontdaan van het pure geluk dat ze niet weet waar hij begint en zij eindigt.
Reacties
1 april, 2008 - 14:45
Mooi. Heel mooi.
1 april, 2008 - 20:59
O+
Nieuwe reactie inzenden