- ‹ vorige
- 2133 of 6207
- volgende ›
We zagen het gebeuren. Zomaar plotseling, vóór het ontbijt. Het was wat lastig turen, zo door het stoffige smoezelig raampje, maar het vond plaats. Daar kon geen twijfel over bestaan. Er werd gezoend. Tussen de varkens. We waren lichtelijk ontdaan met z’n allen. Zoenen in een varkensstal? Met ongewassen oren en een lege maag? Gatsiejakkiebah. We vergaten bijna dat boer Gerard zijn vrouw had gevonden.
“Als ik onaardig doe, vind ik iemand wellicht misschien enigszins méér dan gemiddeld de moeite waard,” trachtte boer Henk zijn ietwat lompe uitspraken (“Die zelfgemaakte pompoensoep hebben ze vast ook in een pakje”) te verdedigen. Ik heb een zwak voor berekenende, arrogante, cynische mensen met een tikkeltje IQ. Zijn vrouwen wílden niet omgekeerd denken. Ze wilden niet rekenen. Ze wilden niet door hem heen prikken. Arme jongen. Geen zoenpartij tussen de bollen.
De vrouwen van boer Jan prikten wel. Met opgepoetste zilveren vorken in ouderwets gedraaide gehaktballen. De klok tikte luidruchtig. Jan vluchtte af en toe onder een koe. Jan liep, onder toeziend oog van heel Nederland, een klein blauwtje. Arme Jan. Arme boer. Wij zagen het aankomen. Wij hadden hem kunnen waarschuwen: “Kijk uit! Wed niet op één paard! Geloof niet in één koe!” Maar we moesten met lede ogen toezien hoe boer Jan zijn uitverkoren Siepie misliep.
Het kan zoveel eenvoudiger. “Mooie lange peute onder de pisbak en ’n mooie kop d’r op,” schetste boer Frans zijn droomvrouw. Twente boos. Dialectminnend Nederland in vertedering. Gelukkig. Ook hij kreeg zijn portie. Na vijftien bier en acht bitterballen was het zover. Frans zoende zijn vrouw. Dit keer geen getuigen. Blij toe. Benevelde kuspartijen zijn meestal geen aangename vertoning. Toch vonden we het jammer. Hij had voor die blonde moeten gaan. Met d’r mooie lange peute onder de pisbak.
En wat bezielde boerin Agnes? Ontdaan zagen we hem vertrekken. Klaas met zijn prachtige blauwe ogen. Klaas met zijn leuke donkere krullen. Klaas en boer. Verdrietig vertrok hij. En wij wilden met hem mee. Maar we bleven bij Agnes en haar uitverkoren kanjer. Een beetje stijfjes stonden ze met elkaar opgescheept in de koeienstal. “Leuk je mij hebt uitgekozen,” glimlachte de kanjer verlegen alsof het om een verjaardagspartijtje ging. Dat vonden we wel weer aandoenlijk met z’n allen.
Nederland is niet zo diepzinnig. Fileprobleem. Milieuvraagstuk. Integratiedebat. Vergrijzing. Het zal ons allemaal worst zijn. Dat lost Balkenende wel op. Of Rouvoet. Wij hebben gefundeerde opvattingen over boeren die vrouwen zoeken. En andersom. Wij weten hoe de vork in de steel zit bij boer Henk. Wij begrijpen het probleem van boer Jan (zijn moeder!). Wij twijfelen aan de vrouw van boer Frans (ze is niet écht verliefd). Wij denken aan Klaas met zijn oceaanblauwe ogen. Wij maken ons grote zorgen. Als híj zijn vrouw maar vindt!
Reacties
Nieuwe reactie inzenden