- ‹ vorige
- 1612 of 6206
- volgende ›
We vonden het monster van Loch Ness wel geschikt. Met het blauwe wollige gedrocht onder de arm stonden we voor de voordeur. Mijn vriend hield zijn neus in de lucht. Hij keek een beetje angstig. ‘Ruik jij dat ook?’ Ik snoof. ‘Zwitsal en een tíkkie luier…’.
We hingen al oetsie-koetsiënd boven de wieg. Een volwassen woordenschat reduceert boven een wiegje met tien minivingertjes en tien miniteentjes (die hij overigens van zijn moeder schijnt te hebben geërfd) al snel tot ‘Snoetje-poetje-toetje’ en ‘Kijk, hij lacht naar me’. Het is mij nog steeds een raadsel waarom grote belangrijke mensen zich zo enorm speciaal voelen wanneer zo’n klein mormeltje zijn mondje vertrekt tot een soort van onbewuste grimas en per ongeluk een olijke knipoog geeft.
Ik had een beetje medelijden met de pasgeborene. Het enorme blauwe knuffelmonster bleek drie keer zo groot te zijn als hijzelf en de helft van zijn slaapruimte in te nemen. Daarnaast hingen er allerlei tantes met koffiewalmen boven zijn hoofd te discussiëren over de hoeveelheid slaap die hij zou moeten hebben volgens het boekje ‘Hallo, hier ben ik dan’. Bovendien probeerde zijn kleine nichtje (dat zeven maanden geleden ook nog met grote verwonderde ogen naar tantes met koffiewalmen staarde en luisterde naar allerlei soorten ‘oetsie koetsies’) of de wieg per ongeluk misschien kon rijden, gevolgd door een hysterisch gekrijs toen het ledikantje onverbiddelijk bleef staan. Om het feest compleet te maken liet een wat ouder neefje graag zien dat hij ontzettend goed, heel snel en lawaaierig tussen mensen met hete koffie door kon rennen.
[img]http://www.pinkbullets.nl/files/l'enfent.jpg[/img]
‘En wist je dat het flesje ook ontzéttend belangrijk is?’ Ik schudde mijn hoofd. Stiekem vind ik heel veel andere dingen in het leven ontzéttend belangrijk. Hij niet. ‘Er moet een klein gaatje inzitten. Anders klokt hij zijn melk zó snel naar binnen dat je binnen drie minuten klaar bent.’ Ik knikte begripvol, al leek mij zo’n sneldrinkende baby heel vierentwintiguurs-economisch verantwoord. We staarden de kersverse vader een beetje onwennig aan. Amper een jaar geleden praatten we nog ongedwongen over scripties en banen, nu over de juiste temperatuur van badwater en witte uitslag op babytongetjes. Mijn lief zat een beetje stilletjes in een hoekje. Hij besefte plots dat de trotse papa even oud is als hijzelf. Hij werd zelfs wat witjes om de neus toen ik het kleine baby’tje (help, hoe houd ik zoiets vast) in mijn armen kreeg gedrukt.
Een baby is schattig. Een baby is zelfs héél erg schattig. Helemaal als je het schatje daarna weer aan zijn papa en mama terug kan geven. Met een volle luier en een huillipje. Opgelucht verlieten we de babyblijheid. Toch zat mijn lief nog iets dwars. ‘Je bent toch een vrouw?’ Ik vond het een verontrustende vraag, maar beaamde ‘m voor de zekerheid.‘Heb je dan geen last van rammelende eierstokken?’ Vriendjes zijn schattig. Vriendjes zijn zelfs héél erg schattig. Ze worden al bang van Zwitsal en een tikkie luier.
Reacties
21 juni, 2007 - 20:28
Héle mooie column! :B
21 juni, 2007 - 22:59
Fijn inderdaad weer!
Nieuwe reactie inzenden