- ‹ vorige
- 966 of 6203
- volgende ›
‘Kijk uit! Je gaat op z’n stoel zitten!’ Verschrikt spring ik op uit de gerieflijke stoel waar ik net, moe van een drukke zaterdag, met een zucht in was geploft. Nu denkt u wellicht dat ik ijlings plaats maak voor een oude wankele grootvader of een veeleisende vermogende grootgrondbezitter, niets is minder waar. Een grote, ietwat corpulente kater komt de kamer binnengewandeld, kijkt mij met een schuin oog even wantrouwend aan, springt vervolgens op de door mij gewenste zitplek, draait vijf rondjes en zijgt dan op het zachtste plekje van het kussen neer. Na dit alles verheft het beest nog eenmaal zijn kop en kijkt met een licht triomferende blik naar mij op. Ik kijk verbouwereerd terug, staande naast zÃjn stoel.
De kater heet Poes. Poes krijgt elke dag melkjes. Poes krijgt stiekem ook wel eens vleesjes. Poes zit soms vol met vogeltjes en muizen en hoeft dan geen melkjes. Poes heeft een eigen comfortabele stoel. Poes heeft óók een pluchen ligbankje achter de bank. Voor het geval de drukte hem te veel wordt en Poes zich even wil terugtrekken. Poes mag niet óp de bank. Poes mag wél op de bank als hij een paar benen vindt waar hij zich op kan nestelen. Poes éist aandacht. Poes krijgt aandacht.
Terwijl het bij een gemiddelde aanstaande schoonfamilie voldoende is om af en toe af te wassen of te vertellen dat je al je studiepunten van dat jaar glansrijk hebt behaald, is het in het geval van de familie van mijn vriend van groot belang dat Poes een warm hart wordt toegedragen teneinde liefdevol in de familie opgenomen te kunnen worden. Ten eerste dient Poes bij binnenkomst altijd begroet te worden met ‘Ha Poes! Lig je daar lekker?’ Er is vervolgens een kans dat Poes jóuw schoot uitkiest om zich knorrend op te nestelen. Het is dan aan te raden Poes teder op zijn kop te krabbelen. Wanneer Poes behaaglijk zijn grote klauwen in- en uitstrekt in jouw been, probeer dan met zachte, kirrende geluidjes Poes er op attent te maken dat dit pijnlijk is. Het is overigens aan te bevelen de uitgestrekte klauwen van Poes gewoon lijdelijk te verdragen. Bij afwezigheid van Poes is het belangrijk altijd gespitst te zijn op een teken van aanwezigheid. Soms is dit een enkele miauw van achter de deur. Informeer of Poes eventueel verlangt om binnen te komen. Soms is dit het geval, soms wil Poes enkel even laten weten dat hij zich buiten bevindt en daar tevens wenst te blijven.
Het wel en wee van Poes wordt aan de keukentafel uitvoerig besproken en bediscussieerd: ‘Ik vind ‘m er een beetje magertjes uitzien…’ wordt er bezorgd vermeld. ‘Ach, hij kwam vanochtend met de vogelveren nog in z’n bek binnengewandeld.’ is het antwoord. ‘O, dáárom dronk hij z’n melk niet op!’ Opluchting alom met de tedere toevoeging: ‘De boef!’
Mocht ik eerst mijn bedenkingen hebben bij de uitzonderlijke huisdierpositie van Poes, dan zijn die nu volledig verdwenen. Ik strijd hevig om een plaats in de familie. Ik vertroetel, kir en praat tegen Poes. Ik geef mijn zitplaats op en aai vertederd over zijn grote katerkop. Soms vermeld ik zelfs even zijn toestand. Zomaar. ‘Kijk, hij ligt nu op de grond. Helemaal uitgestrekt. Hij heeft het vast warm, de schat.’
Reacties
16 februari, 2007 - 10:39
Haha, geweldig! En heel herkenbaar :)
Nieuwe reactie inzenden